Boesjans: ‘Het is echt een beetje de red-je-reetshow’

Foto: Casper Koster

Goede comedy op toneel is moeilijk. En veel tijd om te repeteren is er niet. Tijdens de zesde sketchshow Boesjans zal de spanning te voelen zijn.

“Misschien moet het iets meer Tel Sell,” zegt regisseur Wilhelmer van Efferink halverwege de repetitie van een van de scènes uit Boesjans. Een gladde businessman met een grote rode clownsneus en vrolijke handpop staat voor een bevallend echtpaar; hij probeert zichzelf, in navolging van de cliniclown, in de markt te zetten als ‘baarclown’ bij geboortes. Iets daarvoor kwam de kostuumontwerper binnen met de handpop – alles wordt op de valreep gemaakt. Veel tijd had ze niet, want ze moest snel terug naar haar atelier om een bitterbal-kostuum af te maken, dat ze weer voor een andere sketch nodig hebben. En passant improviseert muzikant Mattijs Verhallen een infomercial-achtige jingle bij de scène. De sketch wordt nog een paar keer doorgenomen, maar dan moeten ze door: er is niet veel tijd maar wel veel materiaal.

Het is slechts een van de sketches die zondagmiddag voorbij zullen komen in het Compagnietheater. Het idee voor Boesjans, negen jonge auteurs en acteurs die tweemaandelijks de sketches schrijven, kwam twee jaar geleden van toneelschrijver Eva Gouda, die destijds in New York cursussen sitcom- en sketchwriting had gevolgd. Want goede comedy maken is nog niet zo eenvoudig.

Een goede sketch moet net als goed toneel een spanningsboog en meerdere lagen hebben, vertelt ze. “Maar er is wel een andere focus, namelijk: het moet grappig zijn. En daar zijn technieken voor. Een goede grap komt bijvoorbeeld altijd in drieën. Je zet iets neer, je stuurt het publiek een kant op, en vervolgens blijkt het toch anders te zijn.”

Foto: Floyd Koster

“Lachen is een soort kortsluiting in je hoofd,” licht Van Efferink toe. “Omdat we met Boesjans met verschillende schrijvers samenwerken, komen er ook veel verschillende vormen van humor aan bod. En het maakt heel erg uit welke acteur welke scène doet. De ene acteur werkt heel erg vanuit timing en intuïtie, een ander vindt de lach veel meer in de tragiek.”

De acteurs krijgen de teksten maar vlak van tevoren onder ogen en er wordt altijd kort gerepeteerd, vult hij aan. “Het is echt een beetje een red-je-reetshow. We kiezen ervoor om niet te lang te repeteren, waardoor er tijdens de voorstelling een grote verantwoordelijkheid bij de spelers komt te liggen. Met het gevaar dat het keihard kan falen. Daar zit ook de spanning, en dat voelt het publiek ook.”

Die spanning is cruciaal, volgens acteur Matthijs Mahler. “Soms zijn er ook momenten waarop je geen overzicht meer hebt, maar gewoon opgaat in de Boesjans-chaos. Maar het kan natuurlijk niet alleen maar bloed, ketchup en tomatensaus zijn.”

Het is voor de spelers één grote speeltuin, volgens hem. “Op de toneelscholen is comedy toch wat ondergesneeuwd.” Onterecht, vindt ook Van Efferink. “Comedy is gewoon retemoeilijk. Er zijn bij ons ook altijd scènes die het niet halen, niet omdat ze niet grappig zijn, maar omdat we ze niet voor elkaar krijgen.”

Boesjans is uitdrukkelijk niet geëngageerd. Van Efferink: “Het is zo fijn dat het niets anders pretendeert dan dat het is. Het is gewoon grappig.” Gouda: “We gaan het niet over Trump hebben of over politieke discussies. Anders schiet je heel snel in satire en dat vinden we te beperkend. Het moet leuk zijn, en dat nemen we dan heel serieus.” Voor het publiek ook wel eens lekker, meent Van Efferink. “Je hoeft er verder niets van te vinden, zo lang je het maar leuk vindt.”

http://www.boesjans.nl