Ibsen huis – Toneelgroep Amsterdam

Foto: Jan Versweyveld

Ibsen huis zet zijn nagels in de actualiteit
Gezien: 9 mei 2017, Stadsschouwburg Amsterdam
★★★★☆

Cees Kerkman is een gevierd architect en sleutelfiguur in dit omvangrijke familie-epos. Samen met zijn neef ontwierp hij een glazen huis. Een arena waar hij en zijn familie generatie op generatie worden geconfronteerd met de last van hun geschiedenis.

Net als in Medea (2014) en Husbands and Wives (2016), is deze derde gastregie van Simon Stone bij Toneelgroep Amsterdam felrealistisch qua spel en filmisch in montage. We volgen vier generaties van de familie Kerkman, waarbinnen een gruwelijk familiegeheim heerst.

Stone maakte een intrigerende en rijke hertaling van het werk van de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen (1828-1906). In Bouwmeester Solness staat een architect centraal die een klein meisje misbruikt; in Spoken komt een jongen terug naar zijn ouders voor zijn naderende dood; in Kleine Eyolf wordt getreurd om het overlijden van een kind – al deze elementen en meer vinden we terug in Ibsen huis. Stone situeerde dat bovendien in een sterke, knap gefocuste plot.

Het realistische, ronddraaiende glazen huis (ontwerp: Lizzie Clachan) schept in eerste instantie afstand, er zit letterlijk een (glazen) muur tussen de acteurs en het publiek. Maar gaandeweg benadrukt de scenografie de verstikking, en overbrugt het intense spel van de acteurs die afstand eens te meer. Het eindbeeld is bovendien werkelijk fenomenaal.

De dertien personages worden gespeeld door elf acteurs. Alle acteurs spelen dubbelrollen, sommige personages worden per levensfase door iemand anders gespeeld. Daardoor kan Stone snel monteren tussen verschillende tijden; het stuk speelt zich in niet-chronologische volgorde af tussen 1964 en 2017. Als de ene generatie van ons afdraait, draait de andere generatie direct al in het zicht. Soms is een personage zowel in jonge als oude versie op de speelvloer aanwezig.

Het spel is zonder uitzondering ijzersterk, van de angstaanjagende Hans Kesting als Cees Kerkman, tot de jonge Eva Heijnen als zijn kleine nichtje en achternichtje. Maarten Heijmans is aanstekelijk en droevig als zijn jongvolwassen, met hiv besmette zoon, Celia Nufaar speelt de bejaarde versie van zijn vrouw hilarisch en schrijnend.

Ibsen huis is onvervalst naturalisme. Krampachtig en tevergeefs probeert elk familielid zich te bevrijden van de terugkerende tragiek van hun verleden. Ze keren tegen wil en dank voortdurend naar elkaar terug. Zelfs een verwoestende brand weerhoudt hen er niet van het huis opnieuw op te bouwen. In hun pogingen zich te bevrijden scheppen ze constant de voorwaarden voor hun eigen ongeluk.

Halverwege blijkt bovendien hoe actueel Ibsen huis is, als het inmiddels volwassen nichtje van Cees (Janni Goslinga) het leegstaande glazen huis als opvangcentrum voor gestrande vluchtelingen wil gebruiken – het is inmiddels 2015. Ze stuit bij iedereen ­– van haar man tot de plaatselijke wethouder – op weerstand. Dan wordt pijnlijk duidelijk hoe de principes van deze familie zich in de moderne samenleving manifesteren; je hoofd wegdraaien voor de realiteit, onvermurwbaar doorgaan met de dagelijkse gang van zaken en glashard ontkennen dat het drama zich overal om je heen aan je voltrekt. In de maatschappij gebeurt hetzelfde als in deze familie.

Stone brengt die vertaalslag terecht expliciet: sommige dingen verdienen het om uitdrukkelijk benoemd te worden. Ibsen huis dringt zich op aan de actualiteit en zet zijn nagels daar diep in.