Pinkpop – Toneelgroep Maastricht

Foto: Ben van Duin

Geen hoogstandje, maar ‘lekker was het wel’
Gezien: 11 mei 2017, Chassé Theater (Breda)
★★★☆☆

Pinkpop: Wiel komt er vanaf het begin en heeft sindsdien geen jaar overslagen. Maar nu – amper zestig – begint zijn geheugen hem in de steek te laten, en nemen de herinneringen rondom het festival het gaandeweg steeds meer over.

De speelvloer ziet eruit als het hoofdpodium van Pinkpop, op de achterwand worden op een groot scherm historische beelden van het festival geprojecteerd. Regisseur Servé Hermans vroeg de oer-Limburgse band – en trouwe Pinkpop-bespeler – Rowwèn Heze nieuwe muziek te schrijven en die live tijdens de voorstelling te spelen. Alleen dat al maakt Pinkpop de moeite waard. Voorman Jack Poels en zijn band brengen mooie, gevoelige ballades, die een fijne afwisseling vormen met het vaak expliciete toneelspel daaromheen.

Alzheimer is een verraderlijke ziekte. Het sluipt erin met een schijnbaar onschuldige vergissing of verspreking, maar dan gaat het geheugen ineens met grote sprongen achteruit. Eerder dit seizoen werd er al een voorstelling aan gewijd: in De vader gaf Hans Croiset onnavolgbaar weer hoe de ziekte je leven – en dat van je directe omgeving – volledig van je overneemt.

Dat staat ook nu weer centraal. Huub Stapel speelt een bij vlagen mooie, soms wat al te sullige Wiel – die door zijn vrouw (Henriëtte Tol) steeds vaker in de garage wordt aangetroffen, terwijl hij ervan overtuigd is dat hij op het festivalveld in Landgraaf staat. Pinkpop schakelt voortdurend tussen het nu en de zestiger- en zeventigerjaren, waarin Wiel jong was en samen met zijn onstuimige vriend Tjeu (Michel Sluysmans) de mooie, Amsterdamse Lies (Suzan Seegers) ontmoet. Wiel valt als een blok voor haar, maar zij gaat er om onduidelijke redenen uiteindelijk met Tjeu vandoor. Maar jaren later ontmoeten Wiel en Lies elkaar opnieuw, op Pinkpop. Het avontuurlijke leven van Tjeu bleek haar toch niet de voldoening te geven waarop ze had gehoopt, en de rust en regelmaat van Wiel lonken eens te meer.

Het verhaal – geschreven door Jibbe Willems en Frans Pollux – is per saldo behoorlijk dun en de scènes in het verleden zijn op het randje van karikaturaal. De spannende conflicten – bijvoorbeeld de strijd die Wiel en Tjeu voeren om Lies – worden slordig en gehaast aangestipt. In de dialogen wordt alles vaak te uitdrukkelijk uitgesproken, waardoor er weinig aan de verbeelding wordt overgelaten. Sluysmans maakt een aanstellerig, onsympathiek persoon van Tjeu: seksistisch naar Lies, onbeschoft naar Lies’ moeder en onbetrouwbaar als vriend naar Wiel – je vraagt je af wat Lies überhaupt in hem ziet.

Mooi zijn de ingetogen scènes tussen Stapel en Tol – als de zestigjarige versies van Wiel en Lies. De liefde, de pijn en de onontkoombare realisatie van Wiels ziekte zorgen voor prachtig emotionele scènes. Hoogtepunt zijn de nummers van Rowwèn Heze. Leuke kanttekening: zoals het Pinkpop betaamt, valt de regen het grootste gedeelte van de voorstelling continu met bakken tegelijk naar beneden.

Pinkpop is een wisselende voorstelling, met goede muziek en een aantal echt mooie scènes – maar ook met flink wat kanttekeningen. Al met al maakt het zo de verwachtingen niet helemaal waar, maar – om Rowwen Hèze te citeren – ‘lekker was het wel’.