Bouchra Khalili: ‘De behoefte aan gelijkheid en solidariteit is tijdloos’

Scènebeeld The Tempest Society: Stathis Mamalakis

ATHENE – Kan een collectief daadwerkelijk iets veranderen?  In een turbulente wereld in crisis onderzoekt videokunstenaar Bouchra Khalili hoe individuen een collectief kunnen vormen en hoe die iets kunnen teweegbrengen. “Ik wil nieuwe vormen van weerstand oproepen.”

Voor The Tempest Society liet de Marokkaans-Franse kunstenaar Bouchra Khalili (Casablanca, 1975) zich inspireren door de Franse theatergroep Al Assifa (Arabisch voor ‘De storm’), die zich in de jaren zeventig in Parijs met hun ‘theatrale kranten’ verzette tegen racisme en ongelijkheid. Khalili vraagt zich af of het tegenwoordig nog mogelijk is dat een collectief daadwerkelijkheid iets kan verzetten.

Khalili is een geëngageerd videokunstenaar. Een van haar meest opzienbarende werken, The Mapping Journey Project (2008-2011) behelst acht videowerken waarin de route van migranten vanuit Maghreb en Bangladesh naar Europa wordt weergegeven. Op het scherm zie je de landkaarten, je ziet verder alleen af en toe hun handen, en over de voice-over hoor je de verhalen van hun heimelijke tochten. De video-installatie was onder meer te zien in MoMA in New York. In Nederland is haar werk 2014 te zien geweest in het Van Abbe Museum in Eindhoven.

Helemaal achter in de School of Fine Arts in Athene is een kleine ruimte ingericht als bioscoopzaaltje. In het donker ontwaar je een tiental comfortabele bioscoopstoelen voor een groot scherm. The Tempest Society maakte Khalili speciaal voor Documenta 2017, het vijfjaarlijkse kunstevenement dat wordt gezien als een van de meest invloedrijke tentoonstellingen ter wereld. Vanaf morgen is het videokunstwerk twee dagen te zien in Frascati, in het kader van het Holland Festival.

Centraal in The Tempest Society staan de verhalen waarin verschillende individuen uit Griekse hedendaagse mindergroeperingen vertellen over hun leven: een jonge Algerijnse man die de woordvoerder was van driehonderd Noord-Afrikaanse gastarbeiders die in hongerstaking waren in Athene; een jonge Syrische vluchteling die vertelt hoe hij met een groep kindervluchtelingen een toneelstuk maakte waarin de verhalen van hun reis werden verteld; een jonge vrouw die vertelt hoe het is om zonder papieren op te groeien in Athene. Khalili legt uit: “Als Al Assifa’s verhaal nog steeds relevant is voor de huidige Griekse, Mediterraanse en Europese situatie, dan is het omdat de behoefte aan gelijkheid en solidariteit tijdloos is.”

Waar komt je fascinatie met een ‘vergeten’ theatergroep als Al Assifa vandaan? “Alhoewel het verhaal van Al Assifa tegenwoordig grotendeels vergeten is, ken ik het al mijn hele leven. In hun werk echoën dezelfde thematieken die zich al tien jaar in mijn werk manifesteren: de kracht van taal, de zelfvertegenwoordiging van mensen uit minderheidsgroeperingen, hun strategieën en weerstand, hun radicale gelijkheid.”
“Voor iedereen die in mijn videowerk participeert geldt op de een of andere manier hetzelfde: het zijn individuen die een publiek opzoeken, en met hun eigen taal en hun unieke positie een nieuw soort collectief vormen. En dat is eigenlijk precies wat Al Assifa destijds deed: het was een groep activisten, zowel Franse studenten als Noord-Afrikaanse fabrieksarbeiders, die op het podium bewustzijn creëerde over de werk- en leefomstandigheden van gastarbeiders.”

Al Assifa was een theatergroep, die live op podia en in de openbare ruimte opereerde. Wat maakt de invalshoek van video in dit kader interessant? “De thema’s spraak, taal en vertegenwoordiging van minderheden spelen altijd een centrale rol in mijn werk. Als beeldend kunstenaar die vanuit film werkt, was ik geïnteresseerd in het onderzoek naar de relatie tussen performance en filmtaal. Film en theater hebben elkaar altijd sterk beïnvloed, en hebben inderdaad ook veel gemeen. Door dit verhaal in film te vertellen, onderzoek ik meteen die complexe relatie tussen film en theater. In dat kader kan The Tempest Society dus zowel gezien worden als reflectie op een vorm van radicale gelijkheid, kunst als platform voor de burger en een onderzoek naar de relatie tussen theater en cinema.”

Wat is voor jou het belangrijkste inzicht dat dit project heeft opgeleverd? “Sinds de vertoningen in Athene heb ik veel berichten van Griekse toeschouwers gekregen, de me vertellen hoe relevant ze het project vinden. Ik voel altijd een sterke sympathie voor Grieken, misschien omdat ik als Marokkaanse ook een geschiedenis van strijd tegen kolonialisme en neokolonialisme heb geërfd. Zoals voor al mijn projecten geldt, gaat het uiteindelijk over het ontmoeten van prachtige individuen, en de ervaring om samen een kunstwerk te maken.” 

(Gezien: 7 mei 2017, Documenta 2017, Athene)