Robert Lepage: ‘Theater is de sport van het geheugen’

Scènebeeld 887, foto: Érick Labbé

LONDEN – 887, de autobiografische solo van Robert Lepage, gaat over herinneren en herinnerd worden. Hij staat naast een imposante maquette van het appartementencomplex waarin hij in de jaren zestig opgroeide – 887 Avenue Murray, Quebec City – en kijkt letterlijk neer op zijn jeugd. Een jeugd waarin zijn vader vaak afwezig was, en de politieke spanningen in Canada steeds meer op scherp kwamen te staan.

Het publiek in The Barbican, het theater in hartje Londen waar de voorstelling een week geleden speelde, zit nog gezellig te kletsen, als Lepage opkomt en ons op het hart drukt onze mobiele telefoons uit te zetten, voordat de voorstelling dadelijk begint. Gek eigenlijk, bedenkt hij zich vervolgens hardop, dat we ons de meest rare dingen herinneren, maar dat hij zijn eigen telefoonnummer maar niet kan onthouden. Het eerste telefoonnummer van zijn ouderlijk huis weet hij dan weer feilloos op te dreunen. Maar wat heb je daar nog aan?

Voor een acteur overigens behoorlijk problematisch als je je geheugen niet meer kan vertrouwen. Dat is tenslotte je werk, legt Lepage me later uit. “Als acteur leer je teksten, bewegingen, choreografieën. Theater is de sport van het geheugen.”

Hij was benieuwd naar hoe een geheugen nou eigenlijk werkt, vertelt hij. “Waarom herinner ik me zo veel oninteressante, stomme dingen van dertig jaar geleden, maar is er blijkbaar geen plek over in mijn hoofd om recentere dingen die wel echt belangrijk zijn te onthouden.” Voor 887 ging hij terug naar de jaren zestig, toen hij nog een kind was. “Wat herinner ik me daar nog van, van mijn jeugd, mijn familie en mijn persoonlijke geschiedenis, vergeleken met wat ik me herinner van de sociale context?”

Scènebeeld 887, foto: Érick Labbé

Dat werd uitgangspunt voor 887, een theatermonoloog waarin Lepage verhaalt over zijn eigen jeugd in Quebec City, waar hij met zijn ouders, broer, zussen en dementerende grootmoeder in een appartementencomplex woonde. Hij maakt daarbij voortdurend gebruik van miniatuur-objecten, (live-)videoprojecties en ander technisch vernuft – en speelt steeds met verschillende perspectieven. De maquette kan openklappen en dan is het de keuken van zijn huidige appartement, of – even later – een bar. Met zijn smartphone filmt hij live in de maquette, wat op groot scherm wordt geprojecteerd. In een andere scène zit Lepage, in pyjama, in een enorme uitvergroting van een kamer, alsof hijzelf de maquette is.

887 ging ruim twee jaar geleden in première en is nu, op uitnodiging van het Holland Festival, in Nederland te zien. Het is voor het eerst dat Lepage zo’n autobiografische voorstelling aflevert. “Ik was er altijd huiverig voor, omdat het me erg pretentieus leek dat je vindt dat je belangrijk genoeg bent om een voorstelling over jezelf te maken. En ik haat pretentieuze mensen.” Auto-fictie, noemt hij deze voorstelling overigens zelf. “Het is persoonlijk, autobiografisch, maar het is tegelijkertijd fictie. Alles is waar, maar alles ook een beetje onwaar. Want je wil bijvoorbeeld dat het poëtischer wordt, dus dan bewerk je het. Je herschikt de realiteit een beetje.”

Hij combineert zijn luchtige, innemende vertelstijl met prachtige emotionele observaties. Zijn vader – een taxichauffeur en dus bijna altijd weg van huis – neemt gaandeweg een steeds prominentere rol aan: hoe meer afwezig hij was in zijn jeugd, hoe meer aanwezig hij is in zijn herinnering, lijkt het wel. Het levert een prachtige scène op, te meer omdat Lepage meewarig op de miniatuurtjes van zichzelf en zijn vader neerkijkt, als een alwetende verteller die niet kan ingrijpen. Lepage: “Het geeft natuurlijk iets kinderlijks, die miniatuurtjes, maar voor een volwassene heeft het vooral iets verdrietigs.”

Voor het maken van deze trip down memory lane moest Lepage niet alleen diep in zijn geheugen graven, fotoalbums doorspitten en anekdotes oprakelen, hij moest ook terug naar het huis waar hij een decennium lang als kind woonde. “Iedereen kent die gewaarwordingen, wanneer je het huis waarin je als kind opgroeide bezoekt, dat de ruimtes waarvan je dacht dat ze heel groot en ruim waren, in feite heel klein zijn. Dat is waarom in de voorstelling alles op schaal gemaakt is. Door die schaal lijk ik een soort gigantische volwassene, die probeert het huis van zijn jeugd weer te bezoeken maar er eenvoudigweg niet meer in past.” Een wrange lach. “Ik kan er naar kijken, maar ik kan niet meer terug naar het geluk en de warmte van die plek.” 

(Gezien: 6 juni 2017, The Barbican, Londen. Nog te zien: 16 t/m 18 juni, SSBA, Holland Festival)