Marcus Azzini: ‘Ik zoek naar meer invloed van buiten’

csm_ITS_campaign_a4_300dpi_rgb_06052017_6f5bcf497d.jpg

campagnebeeld ITS Festival

Het ITS Festival maakt onder leiding van Marcus Azzini een nieuwe start. Het gaat meer om de inhoud en minder om de onderliggende competitie. ‘Het festival is geen vitrine.’

Marcus Azzini – ook artistiek leider van Toneelgroep Oostpool – volgt Theu Boermans op, die vorig jaar na elf jaar is vertrokken. Het ITS kon de laatste jaren op flinke kritiek rekenen: met name de afstuderende studenten zelf voelden zich niet gerepresenteerd door het festival. Azzini begon zijn functie dit najaar met een aantal fikse tegenvallers: zowel het Fonds Podiumkunsten als het Amsterdams Fonds voor de Kunsten oordeelde negatief over de aanvraag voor een meerjarige subsidie. Het bestuur en de directie namen vervolgens hun verantwoordelijkheid en stapten op. Azzini: “Ineens stond ik met een festival in mijn handen dat niet van mij was, zonder bestuur en zonder directie.”

“Omdat Theu het beleidsplan had geschreven voordat ik kwam, heb ik daar geen enkele invloed op gehad. Dat beleidsplan was net ingeleverd toen ik werd gevraagd hem op te volgen. En de uitkomst was dat er geen geld is binnengekomen,” legt Azzini uit. “Toen ben ik heel hard gaan werken aan het nieuwe contact, en heb ik het gesprek met de theaterscholen en de studenten herstart.”

Resultaat is een zeer geconcentreerde variant van wat het was. Het ITS Festival beperkt zich, in tegenstelling tot voorgaande jaren, tot de theaters in de Nes en de theateracademie, en Azzini schafte bovendien de afsluitende awardshow af.

Ook in de afgeslankte vorm blijft de inhoud van het festival het afstuderende werk van de studenten, benadrukt Azzini. “Daar gaan we niks aan veranderen. De structuur van het festival is hetzelfde, maar we verleggen de focus. Die gaat nu minder over het oordelen en de onderlinge competitie, maar meer over de inhoud, uitwisselingen en dialoog.”

Volgens Azzini is dat waar het ITS over zou moeten gaan. “Het festival is geen vitrine. Als je alleen een podium biedt waarop mensen zich kunnen presenteren, is het niks. Theater is een ontmoeting. Daar moet het over blijven gaan. Ik zeg dat niet uit bescherming, maar juist omdat ik de studenten wil confronteren met het veld en nieuw publiek. We proberen ruimte te creëren om te reflecteren, in plaats van te oordelen. Waarom mislukken dingen? Waarom communiceren dingen niet? Dat vind ik interessanter.”

In dat kader eindigt het festival dit jaar ook niet met het uitreiken van prijzen. “Ik ben niet tegen prijzen, maar ik vind dat die prijzen geen inhoud meer hadden.” Een prijs moet bijvoorbeeld het doorspelen van een voorstelling veroorzaken, of er moet een inhoudelijke of zakelijke begeleiding aan gekoppeld worden, volgens Azzini. Zoals Het Debuut, de jaarlijkse selectie van Rudolphi Producties die voor één of een aantal afstudeervoorstellingen een korte tour langs theaters faciliteert. Dus die zijn er dit jaar wél gewoon bij, zegt Azzini.

Ook is er dit jaar meer focus op een inhoudelijke randprogrammering. “Dat biedt ook momenten om te kunnen reflecteren. Ik zoek daar ook naar meer invloed van buiten, dat je niet alleen naar je navel zit te staren. We hebben nu een hele goede beginnende samenwerking met het Holland Festival: vanuit daar hebben we zaterdag bijvoorbeeld een gesprek met de Britse toneelschrijver Martin Crimp en een werkbezoek van Back To Back Theatre uit Australië. Oscar van den Boogaard doet elke dag interviews met de afstuderende regisseurs. We hebben zondag een gesprek met Willem de Wolf over onderwijs en de toekomst.”

Het internationale aspect, dat onder Boermans alsmaar groeide, heeft Azzini dit jaar bewust klein gehouden. “We willen elk jaar een gastland uitnodigen, dat met verschillende opleidingen en disciplines naar Amsterdam komt. Dit jaar doen we dat heel bescheiden met Canada. We hebben een hele goede dansopleiding uit Canada, die komen met veertig dansers, en ze brengen een grote klassikale voorstelling en verschillend eigen werk.”

Uit alles blijkt dat het festival opnieuw zijn vorm zoekt, en vanuit daar weer moet groeien. Ze pretenderen nu niet het perfecte festival neer te zetten, volgens Azzini. “We willen iets doorbreken, iets openbreken en een nieuwe start maken. Hopelijk samen. Ik heb de afgelopen maanden ook vaak tegen de studenten gezegd: als we binnen nu en een paar jaar hier in falen, dan hebben we met zijn allen gefaald.”

Het ITS Festival opent morgen om 11:00 uur in de Brakke Grond en duurt tot en met zondag.

http://www.itsfestival.com