Opening ITS Festival: ‘Breng de wereld de theaterzaal in’

Daria Bukvić tijdens de opening van het ITS Festival, foto: Bart Grietens

Gisteren ging het ITS Festival van start. Op het festival staat het werk van de afstuderende podiumkunstenaars centraal. 

Tot met zondag zijn er ruim vijftig voorstellingen in de theaters aan de Nes en de theateracademie te zien. In de Brakke Grond presenteren theatervormgevers dagelijks hun materiaal, en de afstuderende regisseurs worden elke middag geïnterviewd door Oscar van den Boogaard.

De binnentuin van De Brakke Grond dient de komende dagen als festivalhart. Daar opende artistiek directeur Marcus Azzini gisterenochtend het festival. “Een festivaldirecteur moet proberen te verbinden,” zei hij. Dus vroeg hij de jonge, maar inmiddels gevestigde theatermakers Daria Bukvić en Marjolijn van Heemstra de nieuwe lichting kunstenaars toe te spreken. Beiden drukten de aanstormende garde op het hart om buiten de gebaande paden te durven denken.

Bukvić: “Als het platform er niet is, creëer dat dan zelf. Als je niet binnen de bestaande structuren de ruimte krijgt om je wildste fantasieën te verwezenlijken, ga dan niet lui in de hoek zitten sippen over hoe weinig ruimte er is voor nieuw talent. Maar dwaal af van de yellow brick road, en creëer een nieuw platform voor jezelf.”

“Maak guerrilla-theater voor de stadsschouwburg, tot je de muren afbreekt die jou in de weg zitten,” zegt ze. Er zijn enorm veel manieren om je werk te presenteren, maar daar is lef en out-of-the-box-denken voor nodig. Van Heemstra bevestigt dat. “Het kan altijd anders. Al je maar kan aangeven dat je een noodzaak hebt om dingen anders te doen, om je verhaal op die manier te vertellen. Zeg ja op dingen die onmogelijk lijken.”

“Sta in de wereld en breng die wereld de theaterzaal in,” adviseerde Bukvić bovendien. Hoe zat dat gisteren dan bij de openingsvoorstellingen van het festival? In De Louteringsberg, de voorstelling waarmee Marijn Graven aan de Amsterdamse regieopleiding afstudeert, wordt de conventionele relatie tussen maker en publiek meteen overhoopgehaald. De deelnemers (want hier ben je geen toeschouwer) zitten in rituele gewaden op de grond en ieder schrijft – aan de hand van andere kunstenaars en visionairen – een eigen overlevering. Daniël ’t Hoen, afstuderend regisseur aan de Toneelacademie Maastricht, bracht met zijn voorstelling Action een wat in zichzelf gekeerd portret van vier mensen in een vacuüm, die vastzitten in een steeds voortdurend taalritueel waarin ze afwisselend tegen elkaar en langs elkaar heen praten.

Maar het hoogtepunt van de openingsdag was De dood van Ricky Martin, de afstudeervoorstelling van de Amsterdamse acteursopleiding, geschreven en geregisseerd door Jan Hulst en Kasper Tarenskeen. Het is de ideale afstudeervoorstelling: in een hilarische pastiche op West Side Story trappen deze twaalf jonge acteurs tegen alles wat los en vast zit. De andere toneelscholen, de gevestigde theaterorde, de mimeopleiding (het Zwadderich van de Amsterdamse toneelschool), zelfs de directeur van hun eigen school ontspringt de dans niet. Met aanstekelijk spel, bakken zelfspot en de snedige taal die we van Hulst & Tarenskeen inmiddels kennen, ontspoort deze voorstelling gaandeweg volledig, maar komt wonder boven wonder uiteindelijk toch weer op de rails, in een mooie ode aan het toneelspelen zelf.