The Naked Shit Songs · Huba de Graaff

Foto: Bowie Verschuuren

De relatie tussen gesproken en gezongen taal
Gezien: 22 juni 2017, Holland Festival, Stadsschouwburg Amsterdam
★★★★☆

Een tafel staat midden op het toneel, en daarin zitten Gilbert & George (countertenor Chistopher Robson en tenor Nigel Robson) keurig aan de thee (later wijn, nog later veel meer wijn). Ze worden geïnterviewd Theo van Gogh (Xander van Vledder). Gaandeweg gaat de gesproken taal over in zang, eerst door het kunstenaarsduo en later ook door Theo van Gogh.

Na verloop van tijd komen er bovendien twee koren bij. Zo neemt de opera in steeds toenemende mate het gesproken woord over. En terwijl de meerstemmigheid van de twee koren de stem van Gilbert & George versterkt, wordt Theo van Gogh steeds meer aan het wankelen gebracht.

Ondanks de schijnbaar statige interviewsetting, zorgt de regie van Marien Jongewaard op de juiste momenten voor theatraliteit en dynamiek in mise-en-scene. Hij wordt daarbij goed geholpen door de intelligente, verrassende composities die De Graaff op de transcriptie maakte, uitstekend uitgevoerd door cast en muzikanten.

Behalve de vele thematieken die letterlijk in het interview voorbijkomen (van moslimfundamentalisme tot kunstenaarschap), bevraagt De Graaff hiermee de relatie tussen de gesproken en de gezongen taal. Hoe verandert de betekenis van taal als je het omzet van spraak naar zang? Op dat antwoord biedt De Graaff geen spannende of evidente antwoorden. Maar kunst gaat ook niet om de antwoorden, kunst draait om de vragen, meenden Gilbert & George destijds al.