Geen Paniek! · DeLaMar Producties

Foto: Leo van Velzen

Voor Geen Paniek! hoef je deze zomer echt niet naar DeLaMar
Gezien: 25 juni 2017, DeLaMar Theater (Amsterdam)
★★☆☆☆

Een klucht over een klucht, het lijkt erop dat ze het erom doen. In Geen Paniek!, de nieuwe zomerproductie van DeLaMar, is ondanks de fijne cast werkelijk niets te beleven.

Het stuk, dat zich afspeelt in een groot achtdeurendecor, bestaat uit drie delen. In het eerste deel kijken we naar een repetitie van de klucht Niets aan (die titel mag u ter harte nemen). Het duurt ongeveer een uur, en wordt zo nu en dan stilgelegd door regisseur Olivier (Dick van den Toorn), die vanuit de zaal de boel min of meer in redelijke banen probeert te leiden. Geen overbodige luxe, want morgen is première. Waarom we dit ellenlange, dodelijk gedateerde stuk moeten uitzitten, blijkt na de pauze.

Want in het tweede deel is het decor omgedraaid, en kijken we dus backstage mee. We zijn inmiddels een paar weken verder, de klucht is aan zijn tournee bezig. Het is het leukste deel van de voorstelling: terwijl op de ‘speelvloer’ (voor ons nu dus het achtertoneel) het stuk dat we in de eerste helft zagen opnieuw voorbijkomt, zien we hoe backstage onderlinge perikelen uit de hand lopen.

Een leuk uitgangspunt – alhoewel het misschien wat overdreven was om de klucht in kwestie twee keer integraal voorbij te laten komen – maar het is jammer dat de verwikkelingen backstage minstens zo kluchtig zijn, en het dus bij de acteurs op geen enkel nieuw spelregister beroep doet.

Maar vond ik het al veel dat de klucht in kwestie twee keer voorbijkomt, het publiek mag zich vervolgens voor een derde uitvoering opmaken. Ditmaal kijken we weer naar de voorkant van het toneel, en lopen het toneelstuk en privésituaties nog meer door elkaar, tot het uiteindelijk – geen enkele verrassing – finaal uit de bocht vliegt.

Geen Paniek! – of, zoals toneelschrijver Michael Frayn het in 1982 (!) opleverde, Noises Off – presenteert zich als een parodie op een klucht, maar schiet juist in zijn parodische kwaliteiten tekort. Er zitten een paar geinige satirische sneren naar het theatervak in ­– acteurs die maar doordrammen over de psychologie van hun personage, de regisseur die daar geen zier om geeft – maar ook daarin blijft het behoorlijk binnen de lijntjes.

In het tweede deel ontstijgt regisseur Antoine Uitdehaag bij vlagen de gedateerde tekst, met een aantal snelle, ritmische sequenties en leuke beeldvondsten. Inhoudelijk is het nog steeds niets – daarvoor hoef je deze zomer echt niet naar het DeLaMar.

Het is ook jammer van de goede cast. Peter Bolhuis heeft een dodelijk saai personage. Niet alleen als inbreker in de te spelen klucht, maar ook als acteur die dat speelt is hij gereduceerd tot onbetrouwbare dronkenlap. Guy Clemens weet met de droogkomische intonatie in zijn stem nog weleens echt grappig te zijn. En Tjitske Reidinga is natuurlijk ook weer van de partij – in een overgearticuleerde, dramatische rol die ze weliswaar goed kan, maar die we in verschillende varianten inmiddels al zo vaak van haar gezien hebben. In het eerste deel bijt Peter Blok de regisseur toe: “We weten niet waar we in staan, maar we staan er toch maar weer.” Precies wat ik dacht.