Naomi Velissariou: “Mijn drijfveer om theater te maken is dezelfde drijfveer waar ik ‘s ochtends mee opsta”

Naomi Velissariou zet haar tanden in het oeuvre van Sarah Kane, de Britse toneelschrijver die aan depressies en psychoses leed, en enkele weken na het voltooien van haar vijfde tekst 4.48 Psychosis zelfmoord pleegde. Samen met choreografe en ‘shock-artist’ Florentina Holzinger bewerkt ze het tot een concertvoorstelling voor op festivals en in theaters.

Vanuit alle teksten van Sarah Kane stelde Velissariou een aantal nieuwe lyrics samen. Met vijf uiteenlopende muzikanten en producers – Mauro Pawlowski, Sjoerd Bruil, Joost Maaskant, Ramon Slager en Kasper Tarenskeen – maakt ze daar vijf tracks van, die als basis voor de voorstelling dienen.

“Je kan het vergelijken met van die conceptplaten eind jaren negentig,” legt Velissariou uit. “Mike Patton en Malcolm McClaren hebben bijvoorbeeld van die platen gemaakt. Dat zijn geen muziekalbums, geen luisterboeken, dat is eigenlijk theater in de vorm van een plaat. Ze switchen daarbij vaak schaamteloos tussen de meest uiteenlopende genres. Als je dat omdraait, dus geen plaat als een voorstelling, maar een voorstelling als een concert, dan kan je zwaar gaan fucken met kijkcodes en verwachtingen in het theater.”

“Natuurlijk gaan we niet gewoon nummers zingen, applaus halen en af. We zijn allebei geen zangers. Ik kan niet zingen en niet rappen dus ik moet sowieso altijd uit een ander vaatje tappen als ik iets muzikaals doe.”

“Terugkerende thema’s in Kane’s werk zijn zelfhaat en de dood. Maar ik hou vooral ook van haal taal. Van het beeldende vermogen ervan. Ze zet, zoals bijvoorbeeld Jelinek, voortdurend concrete en abstracte beelden op één lijn met elkaar, waardoor hele abstracte denkbeelden iets zinnelijks krijgen. The spine of my life is broken bijvoorbeeld. Je kan zo’n zin alleen maar intuïtief begrijpen.”

“Je hebt veel van die oneliners in haar werk die zo triest zijn dat ze grappig worden: What I sometimes mistake for ecstasy is simply the absence of grief. Of deze: I have become so depressed by the fact of my mortality that I have decided to commit suicide. Dat is toch te pijnlijk hilarisch? Of deze nog en dan stop ik: Anyone you can think of, someone somewhere got bored with fucking them. Dat is toch meteen de eerste zin van een hiphoptrack?”

Als ik haar vraag wat haar drijfveer is om Sarah Kane te doen, zucht ze. “Kane is een cliché geworden. Haar teksten zijn kapotgespeeld door duizenden auditantes en worden vaak geassocieerd met psycho-dramatisch vrouwentheater. Toch is de pijn die Kane in haar werk communiceert ongekend schaamteloos en zuiver. Ik vind het moeilijk om te antwoorden wat mijn drijfveer is om over iets een voorstelling  te maken. Dan heb ik altijd het gevoel dat dat iets razend actueels moet zijn, dat ik altijd politieke redenen paraat moet hebben om mijn onderwerp te verantwoorden. Als kunstenaar graai je vaak uit alles wat er om je heen en in jezelf gebeurt. Het is niet zo dat ik denk: ik zag dit op het nieuws en daar móét ik nu iets over vertellen. Mijn drijfveer om theater te maken is dezelfde drijfveer waar ik ‘s ochtends mee opsta, begrijp je? En in dit geval is het onderwerp van die drijfveer onversneden zelfhaat. Alleen klinkt dat zo onsexy voor in een seizoensbrochure.”


Geschreven in opdracht van Theater Utrecht, voor de seizoensbrochure 2017-2018.