Thomas Höppener: “Uiteindelijk zal het altijd neerkomen op mensen met ideeën”

Foto: Bowie Verschuuren

De Amsterdamse oud-burgemeester Coenraad van Beuningen was een ‘fokking vette topdiplomaat’, volgens theatermaker Thomas Höppener (1988). Maar wat fascineert hem zo aan deze zeventiende-eeuwse burgemeester? En in welk opzicht lijkt het Amsterdam uit de Gouden Eeuw op het onze?

The Golden Age is Over wordt dit najaar gespeeld door De Hollanders, het jonge theatercollectief waar Thomas Höppener medeoprichter van is. Samen met actrice Imke Smit en vormgever Roelof Pothuis vormt hij de vaste kern. Het is voor het eerst dat Höppener, eigenlijk acteur, ook de toneeltekst schrijft.

Höppener staat voor de oude woning van Coenraad van Beuningen, Amstel 216, ook wel bekend als ‘het Huis met de Bloedvlekken’ en wijst op de Hebreeuwse tekens die vaag op de gevel te zien zijn. Van Beuningen, die in toenemende mate last kreeg van psychische problemen, zou ze er met zijn eigen bloed op hebben gezet.

De voorstelling speelt zich af rond een snijtafel met daarop Van Beuningen, omringd door zijn vrouw en Johan de Witt – gespeeld door Imke Smit en Tim Linde. Vanuit de setting van een anatomische les reconstrueren ze zijn geschiedenis, in een soort koortsachtige, psychologische theatertrip.

“Coenraad van Beuningen was eigenlijk echt een fokking vette topdiplomaat,” vertelt Höppener in een koffietentje op de hoek. “Maar richting het einde van de zeventiende eeuw, na het lynchen van de gebroeders De Witt, was hij zo bang voor zijn veiligheid, dat hij zich helemaal heeft teruggetrokken en zijn ambten neerlegde. Hij was niet meer voor rede vatbaar, had enorm zitten speculeren met VOC-aandelen, en dat ging alsmaar slechter. Er brak gewoon een andere tijd aan. Totdat hij uiteindelijk in zijn kimono langs de Amstel liep, schreeuwend over de naderende apocalyps. Hij had het echt opgegeven.”

Het waren complexe tijden met opvallende paralellen naar het nu, volgens Höppener. “Je had een dreiging van buitenaf – Lodewijk de XIV wilde oorlog met Nederland – en dat veroorzaakte vervolgens weer een dreiging van binnenuit. Daardoor moesten er mensen plaatsmaken, ideeën sneuvelen.”

Thomas Höppener, Roelof Pothuis en Imke Smit, foto: Maartje Strijbis

Dergelijke spanningen voelt Höppener nu ook. “Bijvoorbeeld door fundamentalisten of de islam. Veel mensen zijn daar bang voor, terwijl ze er niet per se direct de consequenties van voelen. Die dreiging wil ik niet afdoen als gekte van deze tijd, ik wil de gevoelens van de PVV-stemmer niet tenietdoen. Maar als politici en media er niet goed mee omgaan, gaat het mis.” 

“De pr-machines waren destijds net zo hard aan het werk als nu. Maar toen was het simpeler: dat waren verhalen, met plaatjes, symboliek en iconografie. Of catchy liedjes die zich snel verspreidden. Neem het Wilhelmus, dat was gewoon pr. Een propagandaproduct. Willem van Oranje werkte zo hard om Nederland samen te brengen, maar Nederland was niet hetzelfde. Dat raakt ook aan onze tijd. Tijdgenoten vonden dat Wilhelmus trouwens ook best een kutlied. Het was een vage, vrijblijvende tekst, die iedereen te vriend houdt: katholieken, protestanten; ‘ik ben van Duitse bloed’ en ‘ik heb de koning van Spanje altijd geëerd’. Een soort polderlied, en dat is nu ons volkslied geworden.”

Nederland werd in die tijd vaak afgebeeld als de Hollandse tuin, vertelt Höppener. Tuin betekende destijds vooral ‘schutting’. In die tuin zaten allerlei verschillende gewesten, allemaal eigen tuintjes, waar een grote leeuw met de scepter zwaaide. En daarbuiten werd de vijand afgebeeld als varkens, luipaarden of wolven. “Ik vind dat zo’n typisch symbool voor Nederland. ‘De Tuin is gesloten,’ zeiden ze nadat de Spanjaarden zich terugtrokken.”

“Dat terugtrekken in je eigen identiteit zie je nu ook heel erg. Veel mensen willen niets met de Europese regels te maken hebben, ze willen de grenzen dichtgooien, de Tuin sluiten. Dat is zo’n typische reactie in crisis.” 

Toch is het voor Höppener belangrijk om een hoopvol verhaal te vertellen. “De geschiedenis vertelt zich natuurlijk van crisis naar crisis. Maar na een crisis ontstaat er altijd een moment van verlichting. Dat is ook mijn kritiek op het populisme: mensen willen allemaal makkelijke shit, maar het is allemaal complex. Het is niet goed of slecht. Nederland is vanuit de Tachtigjarige Oorlog, vanuit dat rebelleren tegen een grotere macht, tot een wereldmacht opgeklommen. Dat kwam gewoon door een aantal mensen met ideeën. Daar zal het uiteindelijk altijd op rusten. En dat vind ik wel hoopvol.”