Romana Vrede: In alles altijd anders

Romana Vrede in Race, foto: Kurt van der Elst

Actrice Romana Vrede is voor haar rol in de voorstelling Race genomineerd voor een Theo d’Or, de prijs voor de beste vrouwelijke hoofdrol van het afgelopen theaterseizoen. “Ik haatte dat personage in het begin. Praat eens normaal, dacht ik dan.”

Romana Vrede (44) trad in oktober toe tot het vaste ensemble van Het Nationale Theater (HNT), dat sinds vorig seizoen onder artistieke leiding van regisseur Eric de Vroedt expliciet politiek en maatschappelijk engagement op het programma zet. In de succesvolle theaterserie The Nation speelt ze de moeder van een geradicaliseerde moslim in de Haagse Schilderwijk. In Race, een voorstelling over seksisme en white privileges, een manipulatieve stagiaire op een peperduur advocatenbureau.

Vrede woont in de Afrikaanderbuurt in Rotterdam Zuid. In een koffietentje bij haar op de hoek wijst ze op een foto van burgermeester Aboutaleb die het café bezoekt. Het schijnt namelijk, legt ze lachend uit, dapper te zijn om in deze buurt zo’n zaakje te openen. We nemen plaats op het terras, uitzicht over de metrolijnen en, niet weg te denken, de Maas.

Je zei dat deze buurt te boek staat als een ‘gevaarlijke buurt’.
“Dat is zo stom, want dat besef je helemaal niet als je hier woont. Alles wat vreemd is, is eng – en deze buurt is voor mij niet vreemd meer. Klaarblijkelijk wordt hier elke week wel iemand opgepakt, maar ik krijg het niet mee.”

Ze was vier toen ze vanuit Suriname naar Rotterdam kwam. Op haar drieëntwintigste verhuisde ze naar Arnhem, om daar aan de toneelschool te studeren. Ze werkte daarna onder meer bij het Onafhankelijk Toneel en Maas theater en dans. Ze kreeg een gehandicapte zoon – Charlie – over wie ze vorig jaar een openhartige theatervoorstelling maakte. Acht jaar geleden verhuisde ze weer terug naar Rotterdam.

Waarom?
“De Maas, het water, de ruimte. Zo’n stad als Amsterdam is mij veel te pittoresk. Alsof je in een schilderijtje rondloopt. Rotterdam is een harde stad, met een arbeidersmentaliteit. Ze liegt niet, deze stad. De mensen zijn hier down-to-earth en concreet.”

Zijn dat eigenschappen die je jezelf ook toedicht?
“Omdat ik mezelf waarschijnlijk makkelijk kwijtraak, heb ik een stad nodig ­die me daaraan herinnert. Ik kan nogal vliegen, alles tof en mooi vinden. Daarom zou ik niet kunnen functioneren in Amsterdam. Omdat ik meega in de waan van de dag.”

Je moet regelmatig met beide benen op de grond worden gezet?
“Dat denk ik. In Rotterdam kun je rondlopen zonder hip of sexy te zijn.”

Maar sinds een jaar werk je bij HNT in Den Haag. Hoe is dat gegaan?
“Ik had één keer eerder met Eric gewerkt. En toen hij vorig jaar vast bij Het Nationale Theater kwam, belde hij me op en vroeg of ik mee wilde. Ik zei meteen ja. Ik heb heel erg fan van zijn stijl. Ik hou van de verhalen die hij wil vertellen en de manier waarop hij dat doet. Het is een verwondering, en dan vervolgens níét je schouders ophalen. De wereld niet snappen en er dan toch induiken, het toch willen vatten.”

Voor je eerste rol bij HNT werd je meteen genomineerd voor een Theo d’Or. Je speelt Susan, een stagiaire op een advocatenbureau.
“Ik vergelijk Susan altijd een beetje met mijn huidige vriendin. Zij is jurist, en ze zorgt ervoor dat ze er altijd fantastisch uitziet. Ze weet wat ze inhoudelijk kan, en ze veroorlooft het zich om sexy te zijn omdat ze weet dat mensen dan beminnelijker naar haar zijn. Een man in een pak of een vrouw in een rok; dat werkt gewoon. En zo’n personage als Susan heeft dat gewoon heel goed in de smiezen. Die doet zich een beetje naïef voor omdat ze weet dat ze dan sneller gehoord wordt. Daarom háátte ik het personage ook in het begin. Ik vond Susan irritant. Praat gewoon normaal, dacht ik dan.”

Doe wat Rotterdamser?
“Ja! Maar je moet door haar verleid worden. En dat is wat ze als de beste kan: mensen, mannen vooral, verleiden naar haar te luisteren.”

Dus ze heeft jou ook verleid?
“Ja. Je kan niet iemand spelen waar je een hekel aan hebt. Dus dan moet je zorgen dat je haar begrijpt. Dat je snapt dat ze roeit met de riemen die ze heeft. En die riemen zijn roze lippenstift en lang sluik haar. Uiterlijk is de norm in onze maatschappij. En als je niet aan de norm voldoet zal het wel niet kloppen.”

Dat komt vaker terug in je toneelwerk.
“Klopt. Ik was altijd degene die buiten de norm viel. Ik zat op een witte school in een witte wijk, ik was altijd anders. Ik had witte vrienden. En toen kreeg ik Charlie: ook anders. En dan ben je actrice in Rotterdam Zuid: ook anders. Maar ik zie het niet als een kruis. Ik lijd er niet onder.”

Had je verwacht dat je voor Susan genomineerd zou worden?
“Nee. Toen ik het hoorde raakte ik echt in paniek. Het is zo groot. Mensen als Marlies Heuer horen genomineerd te worden. Maar Romana Vrede? What the fuck. Ik vind mezelf niet zo groot. Nu ben ik een soort mevrouw.”

Race – Het Nationale Theater, 14-15/9 Stadsschouwburg (Nederlands Theater Festival) 


Het Nederlands Theater Festival duurt van 7 t/m 17 september. Tijdens het festival komen de elf beste voorstellingen van het afgelopen seizoen (waaronder Race) nog een keer voorbij en worden de belangrijkste Nederlandse toneelprijzen uitgereikt. Behalve Vrede maken Karina Smulders, Janneke Remmers en Jacqueline Blom kans op de Theo d’Or. Voor een Louis d’Or (beste mannelijke hoofdrol van het seizoen) zijn Peter Van Den Begin, Jorn Heijdenrijk, Hans Dagelet, Hans Croiset en Warre Borgmans genomineerd. De prijzen worden op de slotavond uitgereikt tijdens het Gala van het Nederlands Theater in de Stadsschouwburg. Zowel de voorstellingen als de genomineerden zijn geselecteerd door een vakjury onder leiding van Ferry Mingelen.