The Intelligent Homosexual’s Guide to Capitalism and Socialism with a Key to the Scriptures or iHo · Toneelgroep Oostpool

Foto: Sanne Peper

Mooi spel en een hoop geruzie
Gezien: 30 september 2017, Stadstheater Arnhem
★★★☆☆

“Ik ben alleen in deze gevangenis, en jij in de jouwe,” zegt Gus Marcantonio halverwege het stuk tegen zijn dochter Empty. De gepensioneerde havenarbeider en communist beweert alzheimer te hebben – alhoewel zijn kinderen eerder depressie of totale desillusie vermoeden. Gus besluit dat hij een einde aan zijn leven wil maken. Niet voor het eerst: een jaar eerder sneed hij al eens zijn polsen door.

Dus verzamelen zijn drie kinderen (plus aanhang) zich ijlings in het ouderlijk huis. Zoon Pill, die getrouwd is met theoloog Paul, maar ondertussen een affaire heeft met een jonge, mannelijke prostituee. Dochter Empty, wier ex-man Adam nog op het landgoed van zijn voormalige schoonvader woont. Zij is inmiddels samen met een vrouw, Meave, met wie ze een kindje verwacht. Haar broer V, een opvliegerige aannemer, was de spermadonor. Ten slotte is er Gus’ zuster Clio, voormalig non en maoïst.

The Intelligent Homosexual’s Guide to Capitalism and Socialism with a Key to the Scriptures or iHo is de meest recente toneeltekst van Tony Kushner, de Amerikaanse toneelschrijver die vooral bekend is van Angels in America. En net als in Angels beslaat dit werk een mozaïek aan levens en daarbij horende politieke en sociale opvattingen en religies, verpakt in een omvangrijk (drie uur durend) drama over familieverhoudingen en liefde. In tegenstelling tot bij Angels blijft Kushner ditmaal steevast in het realisme van het ouderlijk huis in Brooklyn, New York. Kushner schaart zich hiermee in de traditie van toneelschrijvers als Eugene O’Neill en Arthur Miller.

iHo wordt zonder uitzondering fenomenaal gespeeld, en is bovendien stijlvast geregisseerd. Het sobere toneelbeeld, waarin alleen twee gigantische rode paneelgordijnen fier prijken (verwijzingen naar Gus’ communistische denkbeelden), biedt alle ruime voor de (vaak) complexe inhoud. Toch wringt er iets. Regisseur Marcus Azzini bouwt pas in de loop van de tweede helft ruimte in voor andere emotie dan (opgekropte) woede. Te lang is de voorstelling voornamelijk een snelkookpan van intellectuele strijd, waarin verwijten over en weer worden gesmeten in veelal schreeuwerige dialogen. De chaotische scènes die Kushner erin schreef – waarin personages voortdurend geagiteerd door elkaar praten in overlappende dialogen – dragen weliswaar bij aan het realistische karakter van de voorstelling, maar versterken eens te meer het gevoel dat we vooral naar een hoop geruzie aan het kijken zijn. En ruzie gaat op den duur vervelen.

Pas tegen het einde is er meer ruimte voor kwetsbaarheid. Bijvoorbeeld in het intieme vader-zoongesprek van Gus en Pill (een mooi gekwelde rol van Rick Paul van Mulligen). Of in het prachtige afscheid dat Empty (Sophie van Winden, ook al zo sterk) met haar vader heeft – waarin ze haar afhankelijkheid van hem tentoonspreidt en hij zijn eigen dood als bevrijding voor haar voorstelt. In tranen klampt ze zich vast aan haar vader, waarop hij, even reddeloos als zij, zegt: “Ik wil niet langer leven. Laat los.”

Hans Dagelet excelleert als vervaarlijke pater familias. Hij is liefdevol, maar ook bikkelhard naar zijn gezin. En uiteindelijk ook naar zichzelf, als hij in een prachtige scène toegeeft dat hij alle idealen die hij zijn leven lang verdedigde, zelf heeft verloochend.