Revolutionary Road – Theater Rotterdam

Foto: Sanne Peper

Ontsnappen aan de ‘comfortabele middelmatigheid’
Gezien: 7 oktober 2017, TR Witte de With (Rotterdam)
★★★★☆

“De werkelijkheid? Daar doen wij niet aan. Wij bouwen schattige huisjes in een schattig straatje.” Aldus hoofdpersoon Frank Wheeler, die hier de crux van het drama samenvat. Hij houdt een vurig pleidooi tegen de ‘comfortabele middelmatigheid’, die hij verafschuwt, maar waar hij niet aan ontkomt. Zijn vrouw April kijkt hem vol stille walging aan. De visite is met stomheid geslagen. De stilte die volgt gaat door merg en been.

Revolutionary Road, naar de moderne klassieker van Richard Yates, gaat over het onvermogen om aan kleinburgerlijkheid te ontsnappen. Frank en April menen dat voor korte duur wel te kunnen – hun droom om samen naar Parijs te emigreren brengt vuur in hun uitgebluste levens en liefde, voor zo lang als het duurt.

De woonkamer is een ingezonken bak, met aan de randen loungemeubilair en flessen sterke drank. Aan weerszijden zit het publiek, dat – net als de keurige bewoners van die keurige Revolutionary Road – de Wheelers en elkaar zodoende voortdurend in de gaten houdt.

Het eerste deel gaat wat te snel, en even lijkt dit een gehaaste samenvatting van Yates’ boek te worden. In korte, staccato scènes worden alle personages geïntroduceerd, maar is het nog zoeken naar richting. Gelukkig komt er meer rust zodra de Wheelers hun droom formuleren en besluiten te vertrekken. Geholpen door de heldere toneelbewerking van Jacob Derwig, vindt regisseur Erik Whien bovendien de goede balans tussen heftige emotionaliteit, lichte humor en onvervalst cynisme.

Teun Luijkx en Alejandra Theus spelen Frank en April vol passie en mededogen. Derwig en Malou Gorter spelen alle andere rollen, dat doen ze in een glijdende schaal van herkenbare treurigheid.

“Ik weet niet wie je bent, en als ik het wel zou weten zou het nog niet helpen, want ik weet ook niet wie ik ben,” bijt April haar man uiteindelijk toe, als die maar niet wil accepteren dat zij niet van hem houdt. Dat nooit gedaan heeft. Theus schiet heen en weer van woede naar totale radeloosheid, naar immens verdriet. Fenomenaal. Op het laatst heeft ze iedereen de rug toegekeerd. Aan haar intense ademhaling en schokkende schouders zie je hoe ze zichzelf tot rust maant, langzaam, en uiteindelijk tot een besluit komt. Dat besluit is onomkeerbaar.

Heel eventjes hadden Frank en April een droom; maar precies dat draait ze de nek om. Die conclusie is meedogenloos. Alsof vuur eerst moet oplaaien voordat het uit kan doven – en om hen heen leeft iedereen veilig op de waakvlam, in blakende middelmatigheid.