Woestijnjasmijntjes (10+) – George & Eran Producties, De Toneelmakerij

Foto: Sanne Peper

Van avontuurlijk sprookje naar integere coming of age
Gezien: 8 oktober 2017, Jeugdtheater De Krakeling (Amsterdam)
★★★★☆

Nour heet ze, en ze is de prinses uit het oosten. Maar hun land wordt geteisterd door de ratten, dus moet ze samen met haar vader (en Koen, een pratend konijn) op de vlucht: op weg naar het land waar ze welkom is. Een lange, avontuurlijke tocht volgt, op zee-ezels steken ze het woeste water over, om in een dicht bos te verdwalen. Nog maar net op tijd vinden ze ‘De Poort’, want de IJskoningin staat op het punt de deuren voorgoed te sluiten.

Woestijnjasmijntjes is een jeugdtheatertekst van George Tobal. Hij inspireerde het verhaal deels op eigen ervaringen: zelf is hij op twaalfjarige leeftijd van Aleppo naar Nederland gevlucht. Eran Ben-Michaël, met wie hij binnen George & Eran Producties theatervoorstellingen maakt, doet de regie. De voorstelling behelst een barre reis van oorlogsgebied naar het verre onbekende, waarvan ze niet weten hoe die eruit gaat zien. In een harde realiteit en op weg een onbekende bestemming, biedt fantasie dankbaar uitkomst.

Nour wordt aanstekelijk gespeeld door Denise Aznam. Ze is een spannend personage dat zich steeds in tweestrijd bevindt: enerzijds geniet ze volop van de fantasieverhalen van haar vader en zichzelf, anderzijds lijkt ze te voelen dat er iets niet klopt en wil ze ook serieus genomen worden, heeft ze een toenemende hang naar die spannende grote-mensen-waarheid. Een hekenbare spagaat voor opgroeiende kinderen. Haar vader Jacob (Peter van Heeringen) is in dat kader het ene moment liefdevol en veilig, dan weer irritant en kinderachtig.

Alle overige rollen worden gespeeld door Milan Sekeris en Jonata Taal. De gluiperige rat met vieze dikke staart (Sekeris), het overdramatische illusionaire konijn (Taal), de onbetrouwbare mensensmokkelaars (beiden) en natuurlijk die illustere IJskoninging (een ijzige Sekeris), die meer macht heeft dan je iemand met zo’n persoonlijkheid toe zou wensen.

De voorstelling begeeft zich op een glijdende schaal van spannend sprookje naar harde werkelijkheid – eindigend in het kille licht waar de IJskoningin de poort bewaakt (alles subtiel versterkt door het lichtontwerp van Yaron Abulafia). In haar strakke mantelpakje en de meest onvriendelijke glimlach die je ooit gezien hebt, is ze onvermurwbaar op zoek naar de waarheid: zo drijft ze disciplinair het laatste beetje sprookjesachtige fantasie uit Nour. Die doorziet op haar beurt de façade: nee, ze is voorbij deze poort niet welkom, er zit misschien wel helemaal niemand op haar en haar vader te wachten, de IJskoningin is gewoon een stugge, onvriendelijke douanier, ze zijn de zee niet overgezet door zee-ezels, het waren een stelletje afpersers, pratende konijnen bestaan niet, die heeft ze zelf bedacht. En een prinses is ze natuurlijk al helemaal niet. Kortom: ze wordt volwassen.

Dus dan helpt ze haar vader, die in totale radeloosheid, uitgeput is neergezegen. Op zoek naar een plek waar ze wel welkom zijn. Want sommige dromen moet je nooit opgeven, hoe volwassen je ook bent. Of ze die plek gaan vinden is een tweede, maar deze ter zake doende productie draagt daar op zijn minst alvast aan bij.