De kinderboekenserie Dummie de mummie van Tosca Menten is een groot succes. De reeks, inmiddels toe aan nummer negen, vliegt over de toonbank, en na twee verfilmingen komt er nu ook een musicalbewerking aan. 

Tosca Menten (1961) moet eerst nog even ‘op de selfie’ met de kinderen uit de cast, voordat het interview begint. Ze woonde net voor het eerst een stukje repetitie bij, op een zaterdagmiddag in een wijkcentrum in Noord. Regisseur Jasper Verheugd gaat in zijn bewerking vooral op de comedy zitten, legde hij bij aanvang van de repetitie uit. Behalve vijf professionele acteurs lopen er vier kinderen rond in de repetitieruimte; die spelen afwisselend hoofdpersoon Goos.

Zodra we naderhand, samen met producent Rick Engelkes, aan tafel zitten, steekt Menten meteen enthousiast van wal: “Ik vind het zo leuk dat het zo dicht bij het boek blijft. Ik zie letterlijk scènes terug. Ik probeer vrij beeldend te schrijven, ik zie wat ik schrijf altijd echt voor me, en het script is op sommige stukken een-op-een vertaald.”

Foto: Peggy de Haan

Sinds 2009 publiceert Menten elk jaar een nieuw deel in de populaire kinderboekenreeks. Centraal staat de doodnormale scholier Goos, die op een dag een vieze, stinkende mummie in zijn slaapkamer vindt. De komst van Dummie doorbreekt het saaie leventje in Polderdam (‘het allerstomste sufste dorp dat er bestaat,’ zingen ze in de musical). Dat het zo’n succes zou worden, had ze van tevoren nooit gedacht. “Mijn uitgever zei destijds nog: dit moet je niet doen.”

Nadat een musicalbewerking door Theater Terra vorig seizoen door subsidieperikelen werd ingetrokken, werd ze benaderd door het productiebedrijf van Engelkes – die op dat moment met de succesvolle musicalbewerking van Dolfje Weerwolfje door het land toerde. Menten: “Bij Terra waren we al een heel eind toen we hoorden dat het niet doorging, en dat was natuurlijk heel erg jammer. Maar toen begreep ik van de uitgeverij dat Rick interesse had.”

Dus gingen ze samen om de tafel. Engelkes: “Dat gesprek ging over dingen als: wat zijn de waardes in boek die belangrijk voor je zijn en moeten blijven? En welke vrijheid hebben we?” Menten: Ik had gevraagd om geen fratsen. Het verhaal is al bijzonder genoeg. Jasper heeft het verhaal prachtig klein weten te houden. Theater heeft de vrijheid dat kinderen kunnen mee fantaseren, zodat je toch weer een beetje anders naar dat verhaal kan kijken.”

“Ik hou helemaal niet van fratsen. Dat zou je niet zeggen, met een levende mummie, maar het enige wat in die boeken niet klopt is die mummie.” Ook vindt ze het belangrijk dat haar boeken ergens over gaan. “Het moet meer zijn dan een verhaaltje. En er zit heel veel Egypte in, en dat vinden kinderen ook superinteressant.” Engelkes: “Heel veel kinderen wonen in een dorp, en die willen allemaal graag dat er iets spannends gebeurt. Er zijn mensen die zich afzetten tegen alles wat anders is, maar hiermee laten we ook zien dat het juist heel cool is om anders te zijn. Het is cool om anders dan de massa te zijn, en daar trots op te zijn.”

Menten: “Ik ben niet de moraliserende, belerende auteur, maar ik vind natuurlijk wel wat. En wat ik vind kun je wel terugvinden in mijn boeken, maar altijd ergens tussen de regels.” Haar boeken gaan meestal over kinderen die worstelen met oplossingen voor problemen die worden veroorzaakt door volwassenen. “Die staan voor de normen en de waarden, en daar moeten kinderen dan mee dealen. Ik hou ook niet van moeders in boeken, want moeders zijn degenen die de dingen oplossen. Dus die moeten altijd meteen weg.”

Maar de grootste succesfactor van de serie is volgens haar toch de stinkende, onaangepaste mummie. “Kinderen willen nu eenmaal heel graag Dummie zijn. Want Dummie is gewoon niet aangepast. Hij doet maar. Hij is ook een beetje megalomaan. Hij is bovendien de zoon van een farao. Hij neemt geen blad voor de mond. Bovendien is hij al dood dus er kan toch niets meer met hem gebeuren.”

Engelkes: “Hij is een held, hij lost de dingen altijd op.”
Menten lacht hard. “En als het niet lukt dan denkt hij ook gewoon: nou, dan niet.”