De man van je leven · DeLaMar Producties

Header_demanvanjelevenVlakke affaire volgens de wetten van de klucht
Gezien: 15 oktober 2017, DeLaMar Theater (Amsterdam)
★★☆☆☆

Wat doe je als je weet dat je binnenkort doodgaat en je de controle niet graag uit handen geeft? Je regelt alvast een nieuwe liefde voor je man, die je als aanstaand weduwnaar niet aan zijn lot over wil laten. Het concept van de voorstelling, die Arthur Japin baseerde op zijn gelijknamige boek, heeft alles in zich om een wrange komedie te worden die met de nodige lucht de banaliteit van doodgaan behandelt.

Maar al snel blijkt wat De man van je leven werkelijk is: een kluchtige comedy of errors, voortgestuwd door een flinterdun plotje en ongeloofwaardige personages. De terminale Tilly schreef haar sullige echtgenoot Marius achter zijn rug om in op een datingsite. De match die dat opleverde, Iris, komt nu naar het zomerhuisje van het echtpaar voor een eerste kennismaking. Maar dan blijken Iris en Marius elkaar al te kennen: ze hadden onlangs een amoureuze affaire die Marius, sinds de ziekte van zijn vrouw, prompt beëindigde.

De verhaallijn, weliswaar uitgesmeerd over ruim twee uur toneel, is eigenlijk maar van ondergeschikt belang. De grap van de voorstelling zit hem er voortdurend in dat de personages niet van elkaar weten hoe de vork werkelijk in de steel zit, terwijl dat voor het publiek zonneklaar is. Dat geeft de voorstelling een hoog poppenkast-gehalte. Waarom personages op- en afgaan, of wat hen ertoe beweegt een leugen vol te houden of te ontkrachten, is nergens intrinsiek gemotiveerd maar staat uitsluitend in dienst van de wetten van de klucht.

Helaas dus geen voorstelling over rouw, afscheid nemen en de draad weer oppakken. De man van je leven vaart op flauwe verwikkelingen en onthullingen, en is daarmee al snel een herhaling van zetten.

Regisseur Gijs de Lange koos voor een licht gekunstelde speelstijl, die de houterige dialogen van Japin – waarin de personages voortdurend gelijktijdig een ander gesprek lijken te voeren – geen goed doet. Die tekst laat sowieso te wensen over: behalve de nodige tenenkrommende platitudes als ‘Als je van twee mensen houdt kun je er ook twee verliezen’, zocht hij regelmatig de humor in seksistische toespelingen, waarin mannen voortdurend als uitsluitend op seks beluste beesten worden neergezet. Lacht u mee?

Porgy Franssen speelt als Marius een onuitstaanbaar sullig personage, die zich ondanks zijn verwerpelijke gedrag als overspelige echtgenoot voortdurend als slachtoffer ziet. ‘Niemand weet hoe eenzaam overspel is.’ Hij is een soort volwassen kleuter, die zich tijdens het liegen regelmatig verspreekt, bijvoorbeeld als zijn bedprestaties in twijfel worden getrokken. Susan Visser is als Iris al even vlak – ze is een sensatiezoekende minnares die uitsluitend uit eigenbelang handelt. Eerst vraag je je af wat zij in hem ziet, maar al snel geldt dat andersom net zo goed.

Tussen die bordkartonnen, onsympathieke personages houdt Liz Snoijink zich als terminaal zieke Tilly moedig staande. Ze is kwetsbaar maar daadkrachtig, breekbaar en moedig – en legt met een vaak verfrissende humor ook de banaliteit die bij doodgaan komt kijken subtiel aan het daglicht. Ze weet het stuk niet te redden, maar is wel een verademing om naar te kijken.