Annemarie Prins (84) en Eva Duijvestein (40) maken een voorstelling over de dood

Foto: Annaleen Louwes

Actrices en vriendinnen Annemarie Prins (84) en Eva Duijvestein (40) staan vanaf morgen in de theaters met Dood en zo, een openhartige voorstelling over de dood.

Toen Annemarie Prins vier jaar geleden met kanker gediagnosticeerd werd wist ze meteen dat er een voorstelling over moest komen. Niet veel later leerde ze op een filmset Eva Duijvestein kennen, die destijds al geruime tijd met een onvervulde kinderwens rondliep. Ze werden goede vriendinnen. Duijvestein: “We hadden direct een klik. Na een tijdje heeft Annemarie gedacht: met haar wil ik wel samenwerken.”

Het verschil met hoe ze in het leven staan – dat Duijvestein nieuw leven wil creëren terwijl Prins richting de dood gaat – werd het uitgangspunt. Prins: “Maar inmiddels was mijn bestraling succesvol. Dat vond ik best een dingetje, omdat je toch op een of andere manier rekening houdt met dat je doodgaat. Ik vond dat teleurstellend. Het voelde een beetje leeg, zonder dat dat klusje van doodgaan op m’n bordje lag.” In gesprek met Prins en Duijvestein blijkt hoe zij de dood benaderen: pas met de nodige luchtigheid kun je de dood serieus nemen. Samen voerden ze de afgelopen jaren lange gesprekken over de dood. Sophie Kassies schreef op basis daarvan een toneeltekst.

Wat ontdekten jullie bijvoorbeeld in die gesprekken?
Duijvestein:
“We kwamen er bijvoorbeeld achter dat ik het heerlijk vind om te fantaseren over mijn laatste dag.”
Prins: “Nou, dat was niet mis hoor! Met gróót publiek!”
Duijvestein: “Terwijl Annemarie zei: ik weet het niet. En ik zei: je mag alles fantaseren. Maar voor jou was het denk ik te dichtbij.”

Het stuk gaat heel letterlijk over jullie. Maakt dat het niet heel kwetsbaar?
Prins:
“Zeker, maar juist daarom maak ik theater. Dat doe je nooit om iets toe te dekken, het moet iets blootleggen. Er moet bloed vloeien.”
Duijvestein: “Ik vind het prettig hoe we het benaderen. Het is niet continu zwaar. We zijn mensen met zelfspot. We proberen de luchtigheid ervan te zoeken, want zo zitten we in elkaar.”

Wat is dan die luchtigheid die bij de dood komt kijken?
Prins:
“Daar is niet één antwoord op. Het is die grilligheid, die ongrijpbaarheid. Zoals ik in het stuk zeg: ‘Een wereld zonder mij, ik weet zeker dat die niet bestaat.’”
Duijvestein: “Maar tegelijkertijd is het ook heel concreet. Want straks, binnen afzienbare tijd, zal ik, als jij opgebaard wil worden, bij jouw lichaam staan.”
Prins, lachend: “Ja, dat is leuk concreet voor jou, maar voor mij is er weinig hoop dan!”
Duijvestein: “Weet je nog dat ik weleens zei dat als ik een kindje zou krijgen, ik de dood vroeg wilde introduceren? Met een hamster die dan doodgaat bijvoorbeeld.”
Prins: “Ja, dat zijn de chique mensen, die hamsters kopen voor hun kinderen! Die denken dat als die hamster doodgaat zo’n kindje dan iets over de dood leert! Ik heb ontzettend veel dieren gehad, tot regenwormen, hazelwormen, muizen, een hagedis. En steeds weer slordig vergeten en dan lag op een gegeven moment alleen het velletje er nog. Ik geloof niet dat ik daardoor ook maar iets over de dood heb geleerd.”

Zijn jullie bang voor de dood?
Prins:
“Nou, ik wel.” Dan, na een korte stilte:En ook weer niet. Ik denk ook: het moet eens een keer afgelopen zijn, lekker rustig. Het gaat in vlagen. Het is op de een of andere manier een altijd aanwezig brandpunt, maar of dat nu komt door deze voorstelling, of gewoon door mijn leeftijd, dat zal ik nooit weten.”
Duijvestein: “Ik weet wel dat ik banger ben voor de dood sinds ik moeder ben. Daarvoor was er een soort onbevangenheid. Nu Tove er is moet ik er niet aan denken dat ik nu in aanraking kom met de dood. Ik had een vriendin die vrij jong overleed, Frédérique Huydts, en daardoor was ik echt minder bang voor de dood. Toen dacht ik: dat kan dus gewoon gebeuren. Het heeft enorme impact gehad, maar eigenlijk een omgekeerd effect. Ik ging veel meer per dag leven. Carpe diem, carpe momentum. Over twee jaar kun je er wel niet meer zijn, ook al ben je zo jong.”
Prins: “Maar omdat dat zo onwaarschijnlijk is, kun je dat wel makkelijker denken als je jong bent dan wanneer je vijfentachtig bent.”


Dood en zo gaat 27 oktober in première bij het Noord Nederlands Toneel.