Shock (12+) · DG Theater, Michiel Morssinkhof

Foto: Boy Hazes

Verdwijningsmysterie wordt nergens echt spannend
Gezien: 27 oktober 2017, De Kom (Nieuwegein)
★★☆☆☆

Ruim een jaar geleden bracht DommelGraaf Theaterproducties de thrillermusical Vals, naar een van de bestsellers van Mel Wallis de Vries. Dit seizoen is Shock aan de beurt, en voor volgend seizoen staat er alweer een van haar andere young adult-thrillers op de rol. Ze halen het productietempo van Wallis de Vries (gemiddeld net iets meer dan één boek per jaar, sinds 2005) net niet in, maar komen op deze manier aardig in de buurt.

En net als Vals, opent deze voorstelling met een gigantische knal. We zien een brancard, met daarop een stoffelijk overschot, ingestopt in een doek. Dan zien we Bo, in paniek op het voortoneel, achter haar op een scherm projecties van een Frans dorp. Ze is bij de politie. Een van de drie meisjes met wie Bo samen op vakantie was, Lilly, is namelijk dood.

Bo belandt bij een besnorde rechercheur – overgevlogen uit Nederland – die haar ondervraagt over de gebeurtenissen de voorafgaande dagen op de camping in Frankrijk. En over wat er eerder het schooljaar gebeurde, toen hun gezamenlijke vriendin Emma uit het niets verdween. Op die manier ontrolt het verhaal van vier meiden die een gemeenschappelijke vriendin verloren, en elk op hun eigen manier daarmee dealen.

Vivian Panka, Britt Scholte, Priscilla Knetemann, Dorine Meijerhof en Anniek Mommers spelen hun licht archetypische personages geloofwaardig naturel, daarmee zullen ze de 12+-doelgroep behoorlijk aanspreken. Bruun Kuijt (liedteksten) en Fons Merkies (muziek) schreven er bovendien een aantal mooie liedjes in, die prachtig gezongen worden.

De scènes in de verhoorkamer – een ingreep van Marijn van der Jagt en Kuijt, die de YA-roman voor theater bewerkten – komen regelmatig terug, en zijn op meerdere vlakken problematisch. Allereerst halen ze de voorstelling met hun expliciet uitleggerige karakter voortdurend uit het hier en nu. De plot wordt voor een groot deel verteld in plaats van uitgespeeld. Vaak zijn ze volstrekt overbodig, of wordt het ten overvloede gebruikt om de drijfveren, twijfels en dubbele agenda’s van de personages te illustreren. Terwijl dat veel spannender is als dat uit een scène blijkt.

Tweede bezwaar is de weinig theatrale keuze van regisseur Merkies om de rechercheur in kwestie op video te projecteren. Dat levert een soort houterige, per definitie ongeloofwaardige dialoog op – waarin je voortdurend uit de theatrale werkelijkheid wordt gehaald en in plaats daarvan een technisch trucje ziet.

Al snel valt op dat er per saldo eigenlijk niet veel gebeurt in deze voorstelling. De vier meiden pakken de bus naar Frankrijk (David Slingerland maakte een wat mij betreft veel te expliciet projectie-ontwerp, waarin bijvoorbeeld overbodige opnames van de busreis de aandacht vooral van de scène afhouden, in plaats van er op enige manier in dienst van te staan), en eenmaal aangekomen is het lange tijd vooral een hoop onderling meidengekibbel. En precies zoals in Vals, doolt er af en toe een illustere figuur over de speelvloer.

Sommige dingen werken in proza prima, maar voor het theater moet je daar iets op bedenken. Goed voorbeeld daarvan is de scène waarin ze gaan glaasje-draaien, op de voorlaatste avond van hun vakantie. Merkies koos voor een expliciete, realistische vertaling, waardoor de vier meiden op een kluitje op het toneel iets volstrekt onduidelijks aan het doen zijn. Daardoor wordt de spanning van dit moment totaal niet invoelbaar. De scène waarin de meiden in de disco andere jongens uitmoeten, die bovenmatig geïnteresseerd zijn in de dood van Emma, wordt overgeslagen – terwijl juist die voor de publiekspuzzel een spannend nieuw licht doet schijnen.

De voorstelling is het sterkst gedurende het spaarzame moment waar de toeschouwers worden aangesproken op hun eigen fantasie. Als Bo (Panka) vertelt dat ze, samen met haar vriendinnen, op de laatste nacht naar het zwembad gaat, op zoek naar haar vriendin Lilly, haar daar aantreft, drijvend in het water. Zonder al teveel invulling beschrijft ze het moment. Dan gaan theater en verbeelding met elkaar aan de haal, en maken we het als publiek mee, in plaats van dat we er van een afstandje naar kijken.