Kinderen van Judas · Toneelgroep Oostpool, Het Nationale Theater

Foto: Sanne Peper

Ondode vampiers op zoek naar zingeving
Gezien: 1 november 2017, Theater Kikker (Utrecht)
★★★☆☆

Ondode vampiers met een eeuwig leven in een existentiële crisis, of richtingloze eind-twintigers in een vercommercialiseerd bestaan: zoveel verschil is er niet tussen die twee. Althans, die indruk wekt Kinderen van Judas. Het abstracte vacuüm waarin deze zinloos ronddolende monsters hun tijd verduren, kan net zo goed een nooit verlaten maar allang ontgroeide studentenkamer zijn.

In een nachtmerrie-achtige theatrale stream of consciousness houdt regisseur Jeroen De Man ons tijdsgewricht een niet mis te verstane spiegel voor. Vampiers – ondood, dus eeuwig levend – kunnen immers vergelijken, die dolen van tijdgeest naar tijdgeest. Met een plezierige hang naar drama hekelen ze bijvoorbeeld hoe geromantiseerd ze tegenwoordig in films en popsongs worden weergegeven. Vroeger was alles beter, of op z’n minst echter.

Ook ondode monsters ontkomen niet aan de ziektes van deze tijd: Vincent van der Valk speelt Tristan, een getergde vampier met een burn-out, tevergeefs zoekend naar zingeving. Alle rollen zijn trouwens lekker vet aangezet: Lisa Schamlé is aandoenlijk angstaanjagend met haar Bram Stoker-fetisj, Yves Vermeulen is hilarisch als hij vanuit zijn doodskist een soort haastige TED-talk over de toekomstige ondergang van de mens houdt.

De inhoud gaat soms ten koste van de voorliefde voor het voortdurend uitrekken van macabere absurditeiten. Bijvoorbeeld in de scène waarin Tristan in een door de vampiers opgezette life action role-playing game zijn dorst naar bloed weer moet terugvinden. Of tijdens het vage ritueel met de verafgode spookverschijning Aura (Betty Schuurman).

Zo verliest Kinderen van Judas zich op den duur te veel in bizarre vondsten en associaties. Wat zo fris en open begint, gaat door gebrek aan samenhang en overvloed aan abstracties uiteindelijk toch te particulier aanvoelen. De seksuele, lijfelijke vechtdans waarin Tristan zijn bloed- en levenslust uiteindelijk lijkt terug te vinden, is dan weer van een prachtig poëtische schoonheid.