Godverdomse dagen op een godverdomse bol · Dimitri Verhulst, Corrie van Binsbergen en band

Foto: Ben van Duin

Langs de spelonken van onze evolutie
Gezien: 20 november 2017, De Kleine Komedie (Amsterdam)
★★★★☆

In 2008 gooide Dimitri Verhulst de sluizen van zijn taalwaterval open, en braakte (bij gebrek aan beter woord) de hele ontstaansgeschiedenis van de mens eruit, samengevat in honderdtachtig romanpagina’s: Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Nu toert hij met een samenvatting van die samenvatting langs de theaters – met jazzmuzikant Corrie van Binsbergen en acht muzikanten aan zijn zij voert hij ons mee door de spelonken van onze eigen evolutie.

In zijn gore, vleselijke vuilbekkerij laat Verhulst de mens de zee uitkruipen, in zijn hoog sensitieve omschrijvingen ontdekken ze lust, vuur, taal – met alle gevolgen van dien. Als een gekwelde kunstenaar zit hij op het voortoneel, verscholen achter zijn papieren, en passant een paar stevige glazen rode wijn drinkend. Geen theatraal gedoe; Verhulst en band floreren in soberheid.

Het is mooi hoe taal en muziek afwisselend het voortouw nemen, maar nog mooier als ze elkaar gelijktijdig versterken. Bijvoorbeeld als evenredig met het ontdekken van het vuur, de muziek aanzwelt en grillig om zich heen klauwt, als vlammen die zich een willekeurige weg naar buiten banen.

Onvermijdelijk belandt de mens bij democratie en retorica, en meteen wordt de jazz experimenteler, heftiger, onsamenhangender – als een partituur van een verhitte discussie. Wanneer we bij de uitvinding van de stoommachine belanden, wordt de muziek meer industrieel. We herkennen het voortdurende gestamp van een locomotief, het gestage ritme der machines.

“Het heeft iets uit het niets gemaakt, en zonder nut,” zegt Verhulst over de mens, wanneer die zijn voorzichtige krijtstrepen in de rotswand zet en een geabstraheerd jachttafereel schept: de kunst is geboren. Helaas is ook die niet bestand tegen die doodeenvoudige knop die de mens als haar meesterwerk aller meesterwerken beschouwt, de knop waarmee de mensheid haar planeet in één veertigste van een seconde meer verwoesting aan kan doen, dan ze in al die jaren, sinds ze aan land kroop, aan vooruitgang heeft geboekt.