Snedige tekst slaat bodem uit het stuk

Foto: Sanne Peper

Theater Romeo en Julia
Door Toneelgroep Oostpool
Gezien 6 januari 2018, Huis Oostpool (Arnhem)
Te zien t/m 24 maart (tournee)


“Mensen doen meteen zo spastisch als het over Romeo en Julia gaat. Ik snap het ook wel, het is ook al vijf eeuwen een superhit,” zegt pater Lorenzo halverwege het stuk. Maar wie Jan Hulst en Kasper Tarenskeen, die de tekst bewerkten, kent van hun eerdere werk, verheugt zich ongetwijfeld op een adaptatie die met dat ‘spastische’ korte metten zal maken. Helaas valt dat wel mee.

Het is voor het eerst dat het makersduo een tekst schreef die ze niet zelf regisseerden. Spannend: hun uitgesproken signatuur zit vol actuele verwijzingen en botte humor. In eigen regies levert dat vaak absurd-eigentijdse voorstellingen op – zowel in nieuw werk als bewerkingen van bestaand repertoire: anderhalf jaar geleden maakten ze op Oerol een messcherpe hertaling van Homerus’ Ilias. Het eeuwenoude verhaal resoneerde naadloos met 21e-eeuws nihilisme en was een van de hoogtepunten van het festival. Afijn: hooggespannen verwachtingen dus.

Op de speelvloer staat een draaischijf die in twee helften is opgedeeld: rood (voor de Montechhi’s) en blauw (voor de Capuletti’s) – respectievelijk Romeo’s en Julia’s clan in Verona. De schijf staat vol kratten, kisten en kasten in corresponderende kleuren – een mooie visualisatie van decorontwerper Koen Steger. Want na het gekostumeerde bal van de Capuletti’s, waar Romeo binnendringt en voor het eerst Julia ontmoet, wordt alles overhoopgesmeten. Zo wordt niet alleen de strak afgebakende scheiding tussen de rivaliserende families diffuus – het in eerste instantie zo klinische toneelbeeld is meteen één grote chaos, en vanuit die chaos stevenen de personages op hun noodlottige eindes af.

Los van een karrenvracht aan hedendaagse referenties en rake grappen, zijn Hulst en Tarenskeen in de grote lijnen trouw gebleven aan de Shakespeares origineel. Dat hun talige humor een grote kracht is, was bekend, maar deze keer zit het de voorstelling voornamelijk in de weg. De overvloedige grappig bedoelde kwinkslagen halen de emotionele lijnen voortdurend onderuit. In plaats van dat ze een ander perspectief aanbrengen, slaan ze zo de bodem uit het stuk. Het grapje waarin specifiek hedendaagse elementen met het oude Verona worden vermengd (een datumprikker is bijvoorbeeld een ezel die met een bord van dorp naar dorp sukkelt) wordt, weliswaar in verschillende verschijningsvormen, keer op keer herhaald.

Regisseur Marcus Azzini lijkt in zijn regie vooral dienend te zijn aan die tekst, en heeft weinig ruimte gevonden voor een meer emotionelere of romantischere insteek. Als liefdesverhaal is deze bewerking zodoende nauwelijks onderhoudend. De voorstelling is vooral geslaagd als een snedige, maar vluchtige komedie. Oké, er zit een mooie, klein gespeelde afscheidsscène in tussen Romeo en zijn vriend Benvolio, maar het is verwaarloosbaar in het geheel.

Vooral het spel van de bijpersonages vermaakt. Chris Peters is een gevaarlijke Tebaldo, Eva Van Der Gucht een hilarische voedster. Abe Dijkman en Dieuwertje Dir hebben als titelpersonages het meest last van de onevenwichtige tekst en regie – bij hen mis je een diepere laag. Thomas Cammaert banjert er als Lorenzo narrig en nukkig doorheen, cynisch reflecterend op de vijf eeuwen opvoeringsgeschiedenis van deze Shakespeare-klassieker: “Twee prutsers die nog stééds moeten sterven in ruil voor vrede.” Wat dat betreft is er ook in deze bewerking niks nieuws onder de Shakespeareaanse zon.