Theater Liedje voor Gigi
Door Benjamin Verdonck, Toneelhuis
Gezien
24 januari 2018, Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond (Amsterdam)
Te zien t/m 4 april (tournee)


Zelden heeft het decor zelf zo’n belangrijke, sturende rol als in de beeldende theatervoorstelling Liedje voor Gigi. Een toneelbeeld dat op het eerste oog zo eenvoudig lijkt, maar dat eindeloze werelden herbergt.

Benjamin Verdonck maakt voorstellingen op het snijvlak van beeldende kunst en theater. Op het toneel staat een grote stellage, een soort miniatuurtheater waar Verdonck, door aan de goede touwtjes te trekken, voortdurend achterwanden opzijschuift, die weer nieuwe wanden verbergen. Zo ontstaat er een meervoudig, oneindig perspectief.

Daarnaast bestaat Liedje voor Gigi uit flarden tekst, die hij verscholen achter zijn constructie voordraagt, terwijl hij aan touwtjes trekt en zo steeds nieuwe uitzichten ontvouwt. Ondertussen spelen twee gitaristen op het voortoneel een doorlopende blues.

Die teksten zijn gericht aan een kind – of het zijn herinneren en observaties van een kind, van het kind in hemzelf wellicht. Verdonck roept een in eerste instantie brandschone wereld op, ongenaakbaar en onbevangen. Maar in die krasvrije kinderwereld dringt – heel subtiel – de grotemensenwereld zich op. Een wereld van aanslagen en geweld, een wereld die niet strookt met dat veilige kinderperspectief.

Zo krijgt de voorstelling langzaam maar zeker scherpe randjes – terwijl de loepzuivere perspectieven het toneelbeeld blijven domineren, overigens fenomenaal uitgelicht door Lucas Van Haesbroeck. Terwijl in de tekst de nare realiteit binnendringt, blijven we onaangetaste werelden van oneindige mogelijkheden zien, van ontembare fantasie. Van een kind, dus.

Het wordt omlijst door een aandoenlijk mopje over een pinguïn in een bibliotheek – banaliteit en poëzie gaan hier met de grootst mogelijke vanzelfsprekend samen. Liedje voor Gigi is een voorstelling om in te verdwalen, om je een uur lang over te geven aan de kleine handreikingen van tekst en toneelbeeld en vervolgens als een kind mee te tuimelen in die meervoudige perspectieven. En dan laten we de volwassen werkelijkheid wel even voor wat ‘ie is, die wacht immers wel.