Een zwarte man in een witte wereld

Foto: Sanne Peper

Theater Othello
Door
Het Nationale Theater
Gezien
3 februari 2018, HNT Studio’s (Den Haag)
Te zien t/m 31 maart (tournee)


Shakespeares Othello gaat over een gewaardeerde generaal die zijn haatdragende rechterhand Jago passeert, en dat uiteindelijk met zijn leven (en dat van zijn lief en een aantal anderen om hem heen) bekoopt. Dat deze Othello een zwarte man is in een wereld die verder uitsluitend door witte mensen wordt bevolkt, leek lange tijd maar bijzaak.

Maar als, aan het eind van deze voorstelling, Othello lijnrecht tegenover zijn vijanden staat – die zich verenigen in slogans als ‘een wilde blijft een wilde’, hem zonder blikken of blozen ‘een tropische mascotte’ noemen, of een ‘diklip’ – vraag je je af hoe willekeurig zijn huidskleur eigenlijk is in dit geheel. Want we zien dat ook degenen die Othello voorheen hoog hadden zitten, zich bij twijfel liever voegen bij zijn tegenstanders, die deze vreemdeling (of gelukzoeker, zo je wilt) liever kwijt zijn dan rijk. En dan blijkt vriendschap niet meer dan verkapte tolerantie, die zodra de kans zich voordoet net zo makkelijk omslaat in afwijzing.

Othello is de aftrap van een ontwikkelingstraject dat regisseur Daria Bukvić (1989) – die de afgelopen jaren veelbesproken voorstellingen als Nobody Home en Jihad maakte – de komende vier jaar bij Het Nationale Theater aangaat. Samen met toneelschrijver Esther Duysker maakte ze een heldere adaptatie, die per saldo verrassend dicht bij het origineel blijft. Toch weten ze door een aantal subtiele accenten – in taal, in beeld – op momenten de focus sterk te verschuiven, zodat het ineens, veel meer dan over wraak en jaloezie, gaat over de veroordeling van een zwarte man in een witte wereld.

De onberispelijk spiegelende tegelvloer met witte vlaggen aan de weerszijden, de hagelwitte kostuums en de verblindend witte kapsels benadrukken die insteek. Waar alle personages opgaan in uiterlijke uniformiteit, valt acteur Werner Kolf, uitsluitend door zijn zwarte huidskleur, per definitie buiten de groep. Dat is een ongemakkelijke constatering, waar je als toeschouwer niet aan ontkomt; Bukvić confronteert ons ook met ons eigen kijkgedrag.

Overigens wordt Othello nergens vervelend belerend – daarvoor zit er te veel nuance, vaart en humor in de voorstelling. Rick Paul van Mulligen verdient, in het verder uitstekende spelersensemble, een bijzondere vermelding. De gluiperige, gladjakkerige Jago lijkt hem op het lijf geschreven. Zijn personage is achterbaks, rancuneus en onbeschaamd vrouwonvriendelijk. Hij is de vleesgeworden vuiligheid, met een glimlach die op zijn smoel lijkt vastgetimmerd en gehuld in een smetteloos wit kostuum. Pijnlijk veelzeggend. In korte terzijdes smeedt hij bondjes met het publiek, dat hij op die manier in zijn kamp dwingt.

Werner Kolf en Sallie Harmsen vormen als Othello en Desdemona een sterk, liefdevol front, dat zich niet laat breken. Dat is de kracht van deze bewerking: ondanks alle weerstand houdt hun liefde stand, ondanks momenten van twijfel en jaloezie geven ze elkaar nooit op. In een zeer spannende slotscène wordt ten overvloede duidelijk dat de buitenwereld Othello niet veroordeelt om zijn daden, maar om de daden die zij hem toedichten. Othello en Desdemona sterven, ja, maar het is de buitenwereld die hen verstikt, zelf blijven ze trouw aan elkaar. En zo is deze Othello ook een ultiem pleidooi voor liefde, voor onvoorwaardelijk kiezen voor elkaar en daar volhardend in zijn.