In het hoofd van een jonge Syriëganger

Foto Kafir: Anassel Omri

Twee Marokkaanse broers groeien op in de Indische Buurt. De ene radicaliseert en reist uit naar Syrië, de ander blijft in Amsterdam. De theatervoorstelling Kafir van Timen Jan Veenstra gaat over degene die achterblijft.

Kafir is het tweede deel van Kronieken van de stad, een theatervierluik waarin toneelschrijver Timen Jan Veenstra zich verhoudt tot waargebeurde verhalen uit de stad. In het eerste deel stond het vergaan van de scheepswerven in Noord centraal. Voor deze voorstelling, die hij ook zelf regisseerde, interviewde hij bewoners uit Amsterdam-Oost.

“Er worden heel veel verhalen verteld over radicaliseren, maar het gaat eigenlijk nooit over de achterblijvers,” vertelt acteur Mamoun Elyounoussi. Hij speelt de broer die in Amsterdam blijft. “Ik hoorde hierdoor voor het eerst dat die vaak als verdachten worden gezien. Daar had ik nooit bij stilgestaan. Dus terwijl jij in paniek bent, er helemaal kapot van bent dat bijvoorbeeld je zoon is afgereisd, niet weet hoe je verder moet, word jij bestempeld als verdachte.”

Anouar Ennali speelt de geradicaliseerde broer: “Ik ken gelukkig niemand in mijn omgeving bij wie dat is gebeurd. Je leest wel in krantenkoppen over dat er weer jongens zijn afgereisd of teruggekomen, maar het is interessant om een keer in het hoofd van zo iemand te kruipen. Dan besef je je pas wat voor impact zoiets heeft op je familie, omgeving, werk, op alle levens die je achterlaat.”

Elyounoussi: “Mensen denken vaak dat als je uit dezelfde familie komt je wel hetzelfde zal denken. Maar de achterblijvers zijn net zo goed slachtoffers, alleen wordt dat niet altijd zo gezien.”

Veenstra hoopt met de voorstelling vooroordelen te bevragen, nuances aan te brengen en zodoende het gesprek aan te zwengelen. “Een van de vooroordelen is dat er alleen laagopgeleide Marokkanen naar Syrië reizen, maar feit is dat de uitreizers niet in één groep te vangen zijn.”

Tijdens zijn research sprak hij onder andere met verschillende Marokkaanse gezinnen in Oost. Het was fijn om het verhaal eens van hun kant te horen, legt hij uit. “Je ouders komen oorspronkelijk uit Marokko, je bent inmiddels derde generatie hier maar je wordt nog steeds niet als Nederlander gezien, maar altijd als die buitenstaander. En dat wordt in kleine dingetjes voortdurend benadrukt: het niet goed uitspreken van je naam als je op de basisschool zit, de politie die altijd even komt checken hoe het is.”

“Als mensen met je praten gaan ze meteen van bepaalde dingen uit. Je hebt een Marokkaans uiterlijk, dus dan zal je ook wel van dat soort muziek houden, bijvoorbeeld. Het zijn van dat soort kleine dingetjes waardoor je niet als blanco wordt gezien. Er is al een invulling. Ik heb er geen begrip voor gekregen dat mensen zijn geradicaliseerd, maar het maakt het voor mij iets logischer: als je continu wordt aangesproken op het feit dat je anders bent, dan begrijp ik dat het makkelijker wordt om jezelf niet als onderdeel van de maatschappij te zien.”

Ennali: “Die jongens die worden buitengesloten van de maatschappij, komen bij bepaalde groepen terecht die van alles aan ze beloven. Als je in een omgeving zit waarin alles tegenzit, je geen kansen hebt op de arbeidsmarkt en voortdurend scheef wordt aangekeken, dan snap ik ook wel dat iemand zo’n keuze maakt als je door zo’n groep zo wordt gemanipuleerd. Vroeger dacht ik: waarom zou je zoiets doen? Nu snap ik het meer.”

Veenstra: “Over vooroordelen gesproken: zo’n stuk als dit roept ook meteen bij veel mensen weerstand op. Ik kreeg reacties als ‘dat zal wel weer zo’n linksig huilie-huilie stuk zijn.’ Terwijl ik denk: dit gaat weliswaar uit van een actuele aanleiding, maar de thematieken zelf – rouw, broedertwist – zijn niet iets van een bepaalde tijd of cultuur, dat is een eeuwenoud verhaal.”

De voorstelling gaat morgen in première in CBK in Oost. Veenstra: “We spreken zowel Marokkaans als Nederlands in de voorstelling. Ik maak dit voor iedereen, ook de mensen die niet vaak naar het theater gaan. We kiezen ervoor om het niet te boventitelen, dus een gedeelte van het publiek zal het helemaal volgen en een ander gedeelte niet. Dat hoort bij de ervaring. Dan hoor je er een keertje even niet bij.”


Kafir van Timen Jan Veenstra, Over het IJ Festival, Theater Bellevue, Theater Oostblok, Theaterzaken Via Rudolphi.

T/m 24/3 CBK Amsterdam, 20:30u