Brandhaarden La maladie de la mort
Door Théâtre des Bouffes du Nord, Katie Mitchell
Gezien 21 maart, Stadsschouwburg Amsterdam
Te zien t/m 24 maart, aldaar


Een man huurt een vrouw in, die wekenlang elke nacht op zijn hotelkamer aan zee moet komen, niet mag spreken en zich volledig aan zijn wil moet onderwerpen. Zijn doel: proberen aan haar te wennen, aan haar lichaam, haar schoonheid, aan de liefde.

Regisseur Katie Mitchell baseert haar Franse theaterdebuut op de novelle La maladie de la mort van Marguerite Duras. De voorstelling – gemaakt bij het Parijse Théâtre des Bouffes du Nord, is nu in het kader van Festival Brandhaarden in Nederland te zien.

Mitchells werk is grofweg in tweeën op te splitsen: aan de ene kant haar psychologisch realistische stukken, zoals De meiden, de voorstelling die ze vorig jaar bij Toneelgroep Amsterdam maakte. Anderzijds de live cinema performances zoals deze: op de toneelvloer lopen camera- en geluidsmensen om de twee acteurs heen, daarboven hangt een groot scherm waarop in zwartwit de live filmbeelden worden afgewisseld met eerder geschoten beelden. Vanuit een glazen hokje op de vloer verzorgt actrice Irène Jacob de voice-over. Trefzeker, zonder overvloedige invulling. In soberheid floreren Duras’ woorden.

Zoals altijd staat bij Mitchell het vrouwelijk perspectief centraal. Alhoewel de vrouw (Laetitia Dosch) zich aan de wil van de man (Nick Fletcher) moet onderwerpen, blijft zij degene met alle macht. Zij heeft tenslotte wat hij alsmaar begeert: de gave om lief te hebben.

In korte, broeierig scènes met spaarzame dialogen en voice-overs, ontvouwt zich een verstilde pas de deux, schijnbaar lichtvoetig, maar op het spel staan wezenlijke zaken – de dood, en belangrijker nog: de liefde.

Prachtig zijn de jeugdherinneringen die Mitchell door de scènes heen snijdt. We zien een jong meisje, serieuze frons op haar voorhoofd, gezicht in de wind, blik in de verte. Later zien we datzelfde meisje een kamer binnenkomen, waarin ze haar vader aantreft, dood.

Maar zij leeft. Elle est vivante. Ze leerde eenzaamheid en de dood kennen en trotseren – daarmee leerde ze ook liefhebben. De man trotseerde niets, die is tot eenzaamheid en dood verworden.

Door naturel, rauw spel en een zeer spannende montage wordt deze voorstelling, ondanks de zware inzet, nergens verstikkend. Alsof er altijd ergens nog een deurtje op een kier staat, de ruisende zeewind binnen handbereik. Dat is ook zo. Voor háár althans. Uiteindelijk gaat ook zij op in de vluchtigheid van het bestaan buiten de strenge muren van zijn hotelkamer. Elle est toujours vivante. En hij verliest haar, nog voor hij haar had.