Theater Matglazen vensters
Door Dood Paard, Adelheid&Zina
Gezien 30/3, Frascati (Amsterdam)
Te zien tot en met 30 mei (tournee)


Het echtpaar-uit-gewoonte Doeze en Tacita (Titus Muizelaar en Manja Topper) wordt, opgejaagd door de toenemende gentrificatie, voortdurend gedwongen hun huis te verlaten om naar een steeds deprimerendere buitenwijk te verhuizen. Ze laten het weliswaar gebeuren, maar schromen niet in uitgebreid zelfbeklag.

Dan komt Doeze’s zoon Beau (Kuno Bakker) na een jaar of zes ineens op bezoek. Beau is een kind van de tijd: hij ontwerpt happy environments en zegt dingen als “Feelgood is niet alleen maar een gevoel, het is kwantificeerbaar.” Zijn vader is zijn tegenpool, hij is een twijfelaar, die droomt van een stad zonder hiërarchieën. Aan de andere kant is hij dermate overtuigd van zijn eigen twijfel, dat hem dat weer even stug maakt als zijn zoon.

De nieuwbouwwoonkamer die Wim T. Schippers ontwierp bestaat uit een viertal praktische meubelstukken – stoel, tafel, bank, lamp; wat heb je nog meer nodig? – voor een achterwand waar in een groot rechthoek een blik op de buitenwereld wordt geprojecteerd. Die bestaat voor pakweg de ene helft uit een grijsbetonnen flatgebouw, en verder uit pesterig voorbijtrekkende wolken.

Het is de poëzie van het alledaagse, even prachtig als banaal. Dat geldt ook voor de toneeltekst van Rob de Graaf. Neem alleen de titel al, die deze personages kernachtig samenvat: ze suggereren een blik op de wereld te bieden, maar komen uiteindelijk niet verder dan hun eigen, in zichzelf gekeerde overtuigingen. Je kan je blik nog zo op de wereld gericht hebben, door matglas is het lastig scherpstellen.

Veelzeggend voor deze tijdgeest, maar niet echt dankbaar voor een toneelstuk, zijn deze personages vooral geconditioneerd bezig met in sneltreinvaart hun eigen ideeën te verkondigen. Dat vader en zoon botsen in hun wereldbeeld is als snel evident, maar conflict maakt nog niet per se drama. De personages zijn koppig genoeg om zich niet te laten overtuigen, waardoor Matglazen vensters nergens echt gevaarlijk wordt.