Steevast gesterkt door zijn ongeluk

Foto: Kurt Van der Elst

Theater Vergeef ons
Door Toneelhuis, Toneelgroep Amsterdam
Gezien 4 april, Stadsschouwburg Amsterdam
Te zien tot en met 6 juni (tournee)


De setting lijkt wel die van een popconcert: op de speelvloer staat een verhoogd podium met daarop een aantal microfoons op standaard, daar hangen schermen boven. Regisseur Guy Cassiers brengt zijn enscenering van A.M. Homes’ great American novel volledig uitgekleed: de acteurs doen hun scènes veelal staand vanachter een microfoon, frontaal op het publiek. Als ze op voetpedalen trappen starten ze geluidseffecten in – rinkelende telefoons, een kurk die uit een wijnfles plopt. Als eenzame rocksterren leven deze personages hun krankzinnig zinloze leventjes.

De ellende begint als Harry Silver (Eelco Smits) – tijdens het bereiden van een Thanksgiving Day-kalkoen – een affaire met zijn schoonzus begint. Zijn broer, die even daarvoor per ongeluk een dodelijk ongeluk veroorzaakte, komt erachter en slaat zijn vrouw met een lamp dood. Hij wordt in een gesticht gestopt en aan Harry de taak om het losse zand dat de familie is bij elkaar te houden.

De voorstelling voelt aan als een vrije val. In toenemend tempo sleurt de realiteit de vaste grond onder Harry vandaan, die zich intussen aan van alles vast probeert te klampen: zijn broer, een scharrel, een liefde, een vriendschap. Alles tevergeefs. Uit ellende komt nog meer ellende voort.

Wonderlijk, maar hoe meer Harry te verduren krijgt, hoe meer empathie hij ontwikkelt. Vooral in de prachtige scènes met de kinderen van zijn broer, waarover hij de voogdij krijgt, wordt dat mooi zichtbaar. Kathelijne Damen en Lucas Vandervost spelen deze jonge tieners ondanks hun veel oudere leeftijd levensecht. Lange tijd zitten ze – knieën opgetrokken, blik afgewend – op het voortoneel, maar ook zij laten hun goedbedoelende oom gaandeweg steeds meer toe in hun leven. Vooral Vandervorst imponeert als stugge puber, snakkend naar liefde en wanhopig op zoek naar een manier om zijn verdriet vorm te geven – en daar soms genadeloos in falend, zoals het hoort. Hij ontroert in zijn kinderlijke eenvoud, gespeend van alle leugens, verdraaiingen en andere grotemensenstrapatsen.

Met alle techniek, het frontale spel en het hoge tempo benadrukt Cassiers het individualisme van de tijdgeest, het langs elkaar heen leven, de overdaad die alles lam slaat. Het maakt dat de voorstelling ook veel van hetzelfde is. Het is een hoop techniek – niet alleen die van microfoons, geluidseffecten en beeldschermen; ook speltechniek: er wordt veel en strak geschakeld tussen de vele dubbelrollen. Dat vraagt een grote vakmanschap van de acteurs, maar het blijft technisch, het gebrek aan echt doorleefde inleving in combinatie met het hoge tempo houdt de voorstelling op afstand.

Cassiers toont de vluchtigheid, afstandelijkheid en daaruit voortvloeiende eenzaamheid als pijlers van de maatschappij. Eelco Smits speelt daar mooi gedoseerd tegenin. Harry destilleert uit alle ellende hoop en geluk, hij laat zich niet ontmoedigen. Smits’ gezicht wordt met de scène opener, eerlijker – steeds meer gesterkt door zijn ongeluk en zijn wilskracht daar niet in mee te gaan.

Uiteindelijk eindigt de voorstelling precies een jaar later, weer tijdens het bereiden van de kalkoen, en er zit wonderwel een soort van familie aan tafel. Toegegeven, het resultaat is zo fragile als wat, maar het is een familie en het zit aan tafel. En dat is al heel wat.