Theater De Oresteia
Door Het Nationale Theater
Gezien 7 april, Koninklijke Schouwburg (Den Haag)
Te zien t/m 3 juni (tournee)


De Oresteia, de oertragedie van Aischylos (524 – 456 v. Chr.) is een driedelig drama rondom een familie waar een bloederige keten van moord en wraak aan vastkleeft. Het is een soort soapserie avant la lettre: Agememnon offerde zijn dochter Iphigeneia tijdens de Trojaanse Oorlog om de goden gunstig te stemmen (prequel), zijn vrouw Klytaimnestra vermoordt Agamemnon en zijn minnares Kassandra (deel 1), vervolgens zint hun zoon Orestes op wraak en vermoordt zijn moeder en haar minnaar (deel 2). Gerechtigheid – of althans, een poging daartoe – vindt plaats ten slotte plaats in deel 3, als de godin Athene iets vernuftigs uitvindt: een rechtbank. Een jury van Atheense burgers buigt zich over de vraag: weegt Orestes’ moord op zijn moeder zwaarder dan zijn moeders moord op zijn vader, haar man?

Toegegeven, soapserie is misschien een wat flauwe vergelijking, maar die dringt zich ook op door het decorontwerp van Bernhard Hammer. Twee grote schermen hangen prominent op de achterwand, en brengen de personages in kwestie vaak in cliffhangerclose-up in beeld. Die bevinden zich op een metersgrote golvende plaat – de zee, of loopgraven in een onstuimig landschap? – die bijna voortdurend langzaam ronddraait.

De personages verdwijnen bijna in het grote, golvende decor, als speelpoppetjes van de goden. Aan de andere kant brengen de beeldschermen hun emoties weer heel dichtbij. Je ziet de spieren bij hun ogen samentrekken of de tranen over hun wangen naar beneden glijden. We zijn allemaal onderdeel van een immer doordraaiend geheel, maar daarin heeft iedereen als je goed kijkt altijd zijn eigen leed – zoiets lijkt het te willen communiceren.

Dat allesoverheersende toneelbeeld maakt de voorstelling wel een taaie zit. Door de personages op die draaiende plaat te plaatsen – en we dus regelmatig tegen hun ruggen aan zitten te kijken – is er een grote afstand tot de scène (en dat wordt nog versterkt door de statische toneeltekst van Aischylos; waarbij alle handelingen off-stage plaatsvinden). Bovendien zijn beeldschermen – ik zeg niets nieuws – nu eenmaal onweerstaanbaar aandachttrekkend. Daardoor zit je per saldo ruim tweeëneenhalf uur bijna uitsluitend naar een gigantische splitscreen te kijken, en dat gaat vervelen. Ook omdat de soms fraaie totaalshots, die de blikken soms daadwerkelijk doen kantelen, maar spaarzaam vertegenwoordigd zijn.

Regisseur Theu Boermans nam een heldere, gemoderniseerde hertaling van Ted Hughes als uitgangspunt. Er wordt mooi gespeeld door het ensemble. De jonge Yamill Jones valt op als getroebleerde oorlogsstrijder in het eerste deel, Romana Vrede speelt een beheerste Cassandra en Bram Coopmans een imponerende, onverschrokken Agamemnon. Maar de voornaamste reden om De Oresteia te bekijken is Anniek Pheifer als strijdvaardige maar kwetsbare Klytaimnestra – haar afscheidsrol na dertien jaar aan Het Nationale Theater verbonden te zijn geweest. Zowel in de verstarring van de ingehouden emotie, als in de grilligheid van het intens verdriet speelt Pheifer voluit en maakt ze diepe indruk.

Met een mengeling van afschuw, angst en onvoorwaardelijke moederliefde gaat ze de confrontatie met haar zoon Orestes (Bram Suijker) aan. Pheifer zorgt veruit voor de meeste beroering in een verder wat al te statische Oresteia.