Locatietheater Circus Reve
Door Stichting Moskou, Theater Oostblok
Gezien 15/4, op locatie in Betondorp (Amsterdam)
Te zien t/m 22/4, aldaar en 22 t/m 26 augustus in Greonterp


Gerard Reve is uit de dood herrezen en wandelt weer doodleuk door Betondorp, de wijk waarin hij opgroeide. Daar ontmoet hij twee jonge jongens met wie hij in een vaag continuüm van tijd en ruimte belandt en die hij op sleeptouw neemt door zijn leven. Een vrolijke, jonge actrice – vers van de toneelschool en uitgesproken Reve-fan – huppelt daar vrolijk doorheen en sluit zich bij deze illustere gelegenheidsclub aan. Ze wringen zich door gaten in muren en verplaatsen zich op die manier van Betondorp naar het Friese Greonterp, om uiteindelijk te eindigen bij Reve’s graf in België.

Een soort Gerard Reve meets Alice in Wonderland, lijkt dit te worden. Spannend in potentie. Helaas is er op deze eerste toneeltekst van Reve-kenner Arie Storm behoorlijk wat af te dingen. De voorstelling is een verzameling van elementen en ideetjes, zonder samenhang of diepgang.

Allereerst is er een onnodig vergezocht plot dat laveert tussen realisme en surrealisme. Dat verknoopt Storm vervolgens met een te uitdrukkelijke meta-laag waarin er commentaar wordt geleverd op het toneelstuk zelf. Tussendoor is er bovendien nog een lelijk liedje en een gechoreografeerd hupsje, ongetwijfeld ironisch bedoeld, maar waar we hier precies naar knipogen, blijft in het midden. En dan lijkt Storm ook nog eens aan een zelfopgelegd citaten- en referentiequotum te willen voldoen.

Sebastiaan Frowijn speelt Reve als immer ronddolende spookverschijning (soms zelfs met bijl!), die vaak richtingloos zijn eigen proza parafraseert. Als ongrijpbaar personage is hij aanvankelijk interessant, maar al snel slaat die ongrijpbaarheid om in willekeurig, en met willekeur is het moeilijk verbinden. Er is geen sprake van streven, emoties of interactie; dit is eigenlijk geen personage.

De twee jonge knapen zijn dat wel: die maken iets mee (wat precies zou ik niet durven zeggen) en ontwikkelen zich mondjesmaat. Huib Cluistra en Tim Teunissen spelen hen op het karikaturale af. Ze worden daarbij bovendien niet geholpen door de akoestiek in deze halfopen tent tussen wijk en autoweg – hun constante stemverheffing maakte de intonatie behoorlijk vlak.

Lilou Dekker zou idealiter de sleutel tussen het publiek en het vage avontuur dat zich op de speelvloer afspeelt kunnen zijn. Zij speelt de ‘afgestudeerde actrice’ en ze fungeert af en toe ook als een soort verteller. Maar ook haar verhaallijn verliest helderheid en ze wordt gaandeweg gereduceerd tot een soort tassen vol boeken meezeulende groupie met misplaatste bewijsdrang.

De voorstelling vindt geen opbouw in ontwikkeling bij de personages – die blijven dan ook vlak – maar volgt (losse flarden uit) de chronologie van Reve’s biografie. Er wordt weliswaar van alles aangestipt – zijn jeugd in Betondorp, zijn onzekerheid op school, zijn eerste aarzelende aanzet tot schrijven, zijn homoseksualiteit, zijn Alzheimer op het eind – maar het vindt geen verdieping en de losse scènes staan niet in dienst van elkaar.

De uitwaaierende anekdotiek en de onnodig onhandige vorm zitten identificatie met personages en materiaal dusdanig in de weg. De oude Reve-liefhebber in Storm heeft het overduidelijk gewonnen van de beginnende toneelschrijver. Dat maakt Circus Reve tot een sympathiek buurtproject, geen spannende theatervoorstelling.