Compromissentheater in de kassen bij Sexbierum

Foto: Ben van Duin

Locatietheater Lost in the Greenhouse
Door Orkater, Schouwburg De Lawei, Theater De Koornbeurs
Gezien 19 april 2018, op locatie in Sexbierum, Friesland
Te zien dagelijks t/m 27 mei (behalve maandagen), aldaar


Het Stedelijk Muziekcorps Harmonie Franeker staat bij binnenkomst in de kassen bij Sexbierum vrolijk te spelen. Buiten wakkert alvast een vuurtje, bij de bar kun je Pools bier en Friese jenever kopen. De tomaten in de kas – speciaal gekweekt voor deze voorstelling – zijn weliswaar nog groen, maar zien er blakend gezond uit. Nee, aan de entourage ligt het niet bij het groots opgezette locatieproject Lost in the Greenhouse – over de vete tussen de Poolse en Friese tomatenplukkers in noordelijk Nederland.

Maar waar is het wel misgegaan met deze coproductie van Orkater en schouwburgen van Franeker en Drachten? Want niet zo zeer de personages, vooral Titus Tiel Groenestege (regie en tekst) en Geert Lageveen (tekst) lijken behoorlijk verloren te zijn gelopen in hun greenhouse.

Dat begint eigenlijk al met die locatie, die prachtig is – ‘de lichtste plek van Nederland’ – maar nauwelijks van toegevoegde waarde voor de voorstelling. Het decor fungeert hier vrijwel uitsluitend als decoratie. Voor de rijen tomaten is een flinke houten speelvloer neergeplempt waarop het verhaal zich afspeelt. Waarom je beperken tot een getimmerd podiumpje als je een heel toneelbeeld speciaal voor deze productie hebt laten groeien?

Het is een exemplarisch voorbeeld voor een voorstelling die volledig aan elkaar hangt van losse ideetjes die niet worden doorgevoerd. De voorstelling is een onoverzichtelijke wirwar van plotjes, vormen en stijlen. Het laveert van realisme naar abstractie, van maatschappijkritische schetsen tot poëtische bewegingssequenties, van flauwe komedie naar overtrokken melodrama (met een zwaar over de top acterende Maartje van de Wetering, die zich bij vlagen in een musicaladaptatie van een soapserie lijkt te wanen).

De inconsequente vorm bemoeilijkt het focussen op de toch al uitwaaierende inhoud. Hoofdlijn lijkt de liefde tussen Klaske (Van de Wetering) en Wojtec (Peter Jakubow), die zichzelf als een soort Poolse Romeo en Friese Julia tussen de tomaten terugvinden. Maar veel tijd of focus krijgt deze kalverliefde niet. In de zeer spaarzame scènes die ze samen spelen komt hun liefde eerder willekeurig dan onoverkomelijk over. Bovendien is er nog een ander liefdeskoppel dat de aandacht opeist, maar wier drijfveren uiteindelijk ook in mysteries gehuld blijven. Het einde, waar als in een Griekse tragedie een koor van plaatselijke amateurspelers het noodlot verkondigt en Klaske melodramatisch ter aarde zijgt, laat dan ook tamelijk onberoerd.

Uiteindelijk gaat deze voorstelling vooral over de mienskip (Fries voor: gemeenschap) daar in Friesland. Over twee groepen die elkaar zouden moeten vinden in hun onvrede, maar zich in plaats daarvan tegen elkaar afzetten. Verder dan een schets komt dat niet: de Friezen blijft stug en sullig, de Polen nors en gesloten. Er is geen moment dat de twee kampen elkaar echt begrijpen – zelfs de verliefde koppels blijven raadsels voor elkaar.

De premisse is weliswaar relevant: hoe om te gaan met de onbekende ander en in hoeverre lijken wij op diegene? De Fries die in – voor mij – onverstaanbaar Fries blijft hameren op het feit dat die Polen maar eens Nederlands moeten leren, dat is veelzeggend. Maar de voorstelling wil te veel tegelijk en ondermijnt zichzelf daardoor voortdurend. Lost in the Greenhouse is compromissentheater, en niets zo saai als dat.