Theater Menuet
Door
NTGent
Gezien 11 april, Toneelschuur (Haarlem)
Te zien t/m 5 mei (Vlaamse en Nederlandse tournee)


De jonge regisseur Liliane Brakema regisseert bij NTGent een bewerking van Louis Paul Boons Menuet. Vanuit drie personages, die hun dagen in hetzelfde huis aaneenrijgen zonder elkaar daadwerkelijk tegen te komen, schetste Boon een allesomvattende eenzaamheid. Tom Blokdijk bewerkte de roman voor toneel, hij versneed de monologen met elkaar, waardoor het gebrek aan interactie des te helderder uitgetekend wordt.

De man (Bert Luppes) werkt overdag in de vriescellen, en thuis vult hij zijn avonden op zijn rommelkamer waar hij krantenknipsels van lugubere gebeurtenissen verzamelt. Zijn vertrouwde isolement van eenzaamheid wordt verstoord als hij affectie voor het nieuwe dienstmeisje (Lien Wildemeersch) opvat, een broeierig gevoel dat hij geen vorm weet te geven. Hij is het niet gewend: voor zijn vrouw (Chris Thys) voelt hij hooguit een ongeïnteresseerde variant van verbazing. Dat is zo iemand die vandaag alvast de aardappelen voor morgen schilt. Iets wat alleen maar zin heeft als je het je hele leven lang volhoudt. En zelfs dan eigenlijk niet.  

Het dienstmeisje, een puber, is wreed zoals pubers dat kunnen zijn. Ze is gefascineerd door het kille stel en hun onvermijdelijke ongeluk. Zij houden van elkaar omdat zij niets met elkaar gemeen hebben, constateert ze. Zij en de man hebben heel wat meer gemeen.

De personages zitten vastgesnoerd in hun eigen eenzaamheid en dat is niet alleen doorgevoerd in het monologische karakter van deze voorstelling (waarin alle woorden terugkaatsen naar degene die ze uitspreekt, en geen enkele reactie uitlokken) – maar ook in het opeengeperste toneelbeeld van Bettina Pommer. Zoals de personages klem zitten, zit alles in de ruimte klem: in een groot rechthoek staan als in een legpuzzel tientallen kasten, banken, tafels en commodes naadloos op elkaar, alsof ze, hoe robuust ook, elkaar in evenwicht houden.

Mooi gegeven, want als je dan één meubelstuk een duw geeft, zo blijkt, heeft dat direct effect op het hele interieur. Een kleine verandering ontwricht het totale beeld, zoals een verandering bij de personages tussen hen onderling ook alles ontwricht.

Menuet is een compositie van taal. De opbouw die Brakema vindt is bijna louter vocaal. Waar de personages in eerste instantie bedachtzaam hun tekst plaatsen, wordt het gaandeweg wanhopiger en intenser. Met name Luppes ontregelt subtiel de esthetiek van de taal met zijn onverwacht grillige intonatie. Alsof daarin zijn stille verzet ligt – tegen het stramien van zijn leven (en, lijkt het, tegen de hermetische esthetiek van deze voorstelling).

Op het hoogtepunt van die opbouw in taal, als de vrouw bevalt van een baby, is alle aanvankelijke bedachtzaamheid geëvolueerd in een hard en hortend schreeuwen. Daarna keren de personages weer terug naar hun allesoverwoekerende afstandelijkheid. Het is mooi dat die lijdzame gelatenheid zo waar iets vertrouwds heeft gekregen, waarvan je bijna blij bent dat het weer terug is.

Brakema brengt een zeer esthetische toneelbewerking van Boons roman, maar in haar strak doorgevoerde esthetiek is de voorstelling wel erg rigide. Zoals de personages niet met elkaar communiceren, blijft ook deze voorstelling, hoe intrigerend ook, te veel in zichzelf gekeerd. Menuet blijft letterlijk een kunstwerk waarnaar je uitsluitend van een afstandje mag kijken – en neemt geen bezit van het publiek.