Een twee uur durende videoclip, met een steeds meer delirante Abraham

Foto: Andreas J Et

Theater Salam
Door Noord Nederlands Toneel, Club Guy & Roni, Asko|Schönberg
Gezien 21 april, Stadsschouwburg Utrecht
Te zien t/m 18 mei (tournee)


In een vunzig nachtcafé – zo’n plek waar je alleen belandt omdat werkelijk verder álles inmiddels dicht is – zijgt een sterk verzwakte Abraham (Jack Wouterse) neer. De aartsvader, grondlegger van het monotheïsme, die erop hamert nooit te hebben getwijfeld, ziet hoe de wereld onverbiddelijk naar de knoppen is gegaan en stuurt in een wanhopige poging aan op verzoening.

Regisseur Guy Weizman (sinds vorig jaar artistiek leider van het multidisciplinaire theaterhuis Noord Nederlands Toneel) schuwt het risico in de grote zaal niet, en dat pakt wederom uit in een overrompelende theaterervaring. Vorig jaar maakte hij, ook samen met danscollectief Club Guy & Roni en muzikanten van Asko|Schönberg, ook al zo’n onvergetelijke voorstelling, toen gebaseerd op de dansfilm They Shoot Horses, Don’t They? Zijn discipline-overschrijdende, associatieve theatertaal is een spannende (en welkome) afwisseling tussen de verder vooral op teksttoneel gerichte grotezaalvoorstellingen in Nederland.

In hoog tempo wisselen scènes elkaar af, loopt dans in taal over en andersom. Er zijn Arabische schlagers, banale scheldpartijen en esthetische choreografieën. Te midden van dit theatraal geweld staan Abrahams zoons Izaäk en Ismaël (Bram van der Heijden en Mohammed Azaay), respectievelijk grondleggers van het jodendom/christendom en de islam. Twee broers – van elkaar vervreemd en met elkaar verbonden, zoals dat misschien alleen met familie en religies kan gebeuren. Want wat zijn de verschillende religies meer dan uit elkaar gegroeide versies van hetzelfde oerverhaal?

Schrijver Fikry El Azzouzi brengt de eeuwigdurende vete tussen westerse en de Arabische wereld terug tot een herkenbaar familiedrama. Prachtig is de scène waarin Izaäk en Ismaël na jaren weer tegenover elkaar staan – en hoe ongemakkelijke plichtplegingen en onhandige ontboezemingen ontvlammen zodra hun zelf vermeende recht in het geding komt.

Ook hun moeders – de oude Sara (Bien de Moor) en de jonge slavin Hagar (Senna Gourdou) – staan op een gegeven moment lijnrecht tegenover elkaar. Sara is jaloers op de vleselijke lust die Abraham bij Hagar vond, Hagar op de liefde die hij voor Sara voelt. Achter hun microfoons zwepen ze het publiek – van zowel nachtclub als schouwburgzaal – als echte poetryslammers op. Ze bitchen en dissen; Hagar en Sara meets The Jerry Springer Show – en het publiek likt de vingers af bij zo veel verbaal geweld. Het offerschaap – iets te trots op zijn martelaarsrol – trippelt daar vrolijk doorheen en God schenkt intussen de glazen nog eens vol.

Salam is een bijna twee uur durende videoclip, met een steeds meer delirante Abraham die de boel steeds minder kan overzien. Zijn mantra ‘Een aartsvader twijfelt niet, die gehoorzaamt’ geeft hem steeds minder houvast. Als hij bij een laatste Goddelijke interventie wordt toegesproken op zijn eigen verantwoordelijkheid, laat hij de toch al op springen staande dammen van standvastigheid los en stromen twijfel, schuld en schaamte binnen.

En verdomd, ineens is hij menselijk.

Murw geslagen door twee uur theatraal en verbaal geweld overvalt Wouterse ons met de oplossing van het conflict op een moment dat we er niet meer op bedacht zijn. Die conclusie is zo waar dat het onverbiddelijk naar je strot grijpt, en tegelijkertijd tomeloos eenvoudig. Dat hadden we eigenlijk zelf wel kunnen bedenken, is de wrange slotsom.