Woiski vs. Woiski van Orkater en Bijlmer Parktheater is volgens de WijkJury Amsterdam de beste voorstelling van het afgelopen seizoen. De keuze van de WijkJury wordt, naast de elf voorstellingen die de vakjury vandaag bekendmaakte, aan het begin van volgend seizoen geprogrammeerd tijdens het Nederlands Theater Festival.

Volgens Sophia A-Tjak-Hiwat, voormalig WijkJury-lid en inmiddels een van de kartrekkers van het initiatief, was het tot op het laatste moment spannend op welke voorstelling de keuze zou vallen. “Die strijd tussen vader en zoon, die in de voorstelling heel duidelijk naar voren komt, heb je in alle culturen. Daardoor kan iedereen zich ermee identificeren.”

Tot drie jaar geleden had A-Tjak-Hiwat overigens nog nooit een voet in de schouwburg gezet. “Ik woon al 48 jaar in Amsterdam, maar ik had geen idee dat je hier ook zo maar naar binnen kon lopen, dat er een bar was waar je gewoon een kopje koffie kon drinken.”

De WijkJury is acht jaar geleden opgezet door Adelheid Roosen maar draait sinds dit jaar zelfstandig, onder leiding van A-Tjak-Hiwat en Najat Kaddour. Ieder jaar vormt er een nieuwe jury van veertien leden van uiteenlopende culturen en leeftijden. Mensen die normaal gesproken nooit naar het theater gaan en dan door het seizoen heen vijftien voorstellingen bezoeken.

A-Tjak-Hiwat: “De wijkjury geeft de gewone man de gelegenheid een kijkje te nemen in het theater en het ook een beetje te begrijpen. Theater is niet alleen voor de rijke mensen interessant, maar ook voor de gewone Amsterdammer.”

“We proberen uit elke wijk in Amsterdam een aantal mensen te in de jury hebben, zodat je ook verschillende culturen hebt,” legt ze uit. “Zo zit er dit jaar een slager uit Amsterdam-Noord tussen, die hiervoor bijna nooit naar het theater ging.”

Ze bezochten dit seizoen onder meer de voorstelling Romp, waarin een spiernaakte Gerardjan Rijnders een uitgebreide danssolo heeft. “Kamuran, een vrouw van Turkse afkomst, heeft tien minuten lang met haar handen voor haar ogen gezeten. En tóch zei ze naderhand: deze voorstelling staat in mijn top drie. Want wat ik wél gezien heb, heeft me geraakt.”

“Een oud-jurylid zei tegen me dat als ze niet in de WijkJury had gezeten, ze alleen maar in haar pyjama thuis had gezeten. Vanwege haar reuma had ze altijd pijn. Ze zei: ‘Het was voor mij een stok achter de deur om er af en toe uit te gaan. En de ene keer kom je blij uit een voorstelling, en soms verdrietig, maar het doet heel veel met mijn leven.’”

Je moet als WijkJury-lid volgens A-Tjak-Hiwat wel weten waar je aan begint. “Je ziet toch vijftien voorstellingen in het jaar, je bent er vaak wel drie keer per maand echt mee bezig en het is altijd ’s avonds, we zijn hier meestal toch tot twaalf uur.”

Ook de gezelschappen zijn blij met de WijkJury, vertelt ze. Met hen organiseert de jury altijd uitgebreide nagesprekken. “Omdat je geen theaterervaring hebt, kijk je ook anders naar die voorstellingen. We kijken niet met al die vaktermen, maar gewoon: wat vinden we ervan?”

Over Woiski vs. Woiski looft de jury de maatschappelijke urgentie van het verhaal van Max Woiski, die als een van de eerste Surinamers naar Nederland kwam en vervolgens een nachtclub opende bij het Leidseplein. De jury waardeert “hoe verschillen kunnen botsen en hoe we strijden om elkaars begrip, strijden voor onze roots, onze wortels.”

“De WijkJury-leden met Surinaamse roots vereenzelvigden zich sterk met de voorstelling, maar ook voor hun kompanen met een onder andere Turkse, Syrische en Nederlandse achtergrond was de generatie- en cultuurclash heel herkenbaar,” volgens het juryrapport. “En ondanks de voelbare pijn was het toch ook swingen op het puntje van de stoel…”