Ada Ozdogan: ‘Hoe komt het dat kunst en politiek zo dicht bij elkaar liggen?’

Foto: Jean van Lingen

In De Rode Klauw van Theater Rast staat president én theatermaker (!) Erdogan centraal. Toen regisseur Ada Ozdogan erachter kwam dat de Turkse president in zijn studententijd in een toneelvoorstelling speelde, vroeg zich ze af hoe het komt dat politici zo vaak ook artistieke ambities hebben. 

Het idee voor de voorstelling ontstond tijdens de Turkse coup in 2016, vertelt Ozdogan. Ze zou die nacht naar Turkije gaan, maar haar vliegtuig mocht niet vertrekken van de AIVD. “Ondertussen ontplofte internet, en werden er ineens allerlei oude artikelen over Erdogan gepubliceerd. Toen las ik ergens dat hij in zijn studententijd een theatervoorstelling had gemaakt, getiteld De Rode Klauw.”

“Ik moest gelijk denken aan Hitler die naar de kunstacademie wilde, Reagan die acteur is geweest en Trump met zijn realityshow; wat is het toch dat kunst en politiek zo dicht bij elkaar liggen?”

Samen met schrijver Kasper Tarenskeen ging ze ging op zoek naar overeenkomsten tussen politiek en theater. “Als politiek leider heb je heel veel verantwoordelijkheid, je moet mensen aansturen en er komt heel veel emotie bij kijken. Als regisseur kun je ook niet altijd rekening houden met andermans gevoelens, soms moet je voor het hogere doel gaan. Wat bij ons de voorstelling is, is in de politiek het land.”

Het gaat ook allebei over ijdelheid, gezichtsverlies en controledwang, zegt ze. In de voorstelling komt Erdogan naar Nederland om een toneelstuk te maken. “In Turkije ga je waarschijnlijk de gevangenis in als je een voorstelling over Erdogan maakt, dus besluit Erdogan in ons stuk dat hij dat maar beter in Nederland kan doen.”

Gedurende de voorstelling beklaagt Erdogan zich over hoe theatermaken tegenwoordig een echte Kafka-hel geworden is. “Hij zegt dingen als: ‘toen ik De Rode Klauw maakte kon ik het nog gewoon over joden, Koerden en communisten hebben, maar tegenwoordig mag dat allemaal niet meer.’” Op die manier gaat de voorstelling tegelijkertijd over de situatie in Nederland.

“Je mag bijvoorbeeld geen blank meer zeggen want dat insinueert puur en rein, en zou dus betekenen dat zwarte mensen dat niet zijn. Tenzij je het doet om te choqueren, want dat moet kunst doen. Zo proberen we de link met onze maatschappij te leggen en hoe opportunistisch wij als theatermakers met gevoelens van andere mensen omgaan. We willen onszelf – supergeprivilegieerde westerlingen die de arrogantie hebben om een voorstelling over Erdogan te maken – op de hak nemen.”

Tegelijkertijd moet het ook voorbijgaan aan de satire, benadrukt Ozdogan. “We zijn echt op zoek naar zijn pijn.” Door kritisch naar zichzelf – als mens en als theatermaker – te kijken, hoopt ze ook iets over Erdogan kunnen zeggen. “Wij willen natuurlijk kunst maken, maar zit daar stiekem niet altijd onder dat we bewonderd willen worden? Om onze eenzaamheid te verbloemen?”

De eenzaamheid van zo’n man als Erdogan krijgt uiteindelijk heel erg de focus, legt ze uit. “Ik hoop dat Erdogan op die manier toch eventjes likeable wordt. Dat het publiek zich tijdens de voorstelling per ongeluk empathisch verbindt met een dictator. En zich dan ook een beetje betrapt voelt.”


De Rode Klauw, t/m morgen in Bellevue, 19/10 Oostblok, 30/10 Griffioen (Amstelveen), 8/11 Mozaïek