De gedeelde pijn van Frankrijk en Vietnam

Foto: Louis Fernandez

Theater Saigon
Door Les Hommes Approximatifs, Caroline Guiela Nguyen
Gezien 13 juni 2018, Stadsschouwburg Amsterdam (Holland Festival)
Te zien 14 juni, aldaar


Het Vietnamese restaurant is tot in de allerkleinste puntjes nagebootst: van de mintgroene tegeltjes, het felverlichte frisdrankautomaat en de gelukskat op bar – aan alle details is gedacht. Links de open keuken, rechts een bescheiden karaokebar met daartussenin het restaurant. In de keuken wordt daadwerkelijk gekookt, exotische geuren drijven bij binnenkomst door de Rabozaal.

Het kenmerkende restaurantinterieur is tijdloos en leent zich daarom goed voor dit verhaal, dat zich zowel afspeelt in Saigon (1956) als in Parijs (1956 en 1996); twee sleutelmomenten in de gedeelde geschiedenis van Frankrijk en Vietnam. In 1956 trokken de Franse troepen zich, twee jaar na het beëindigen van de bloedige guerrillaoorlog, terug uit Vietnam. Vanaf 1996 was het – door de opheffing van het Amerikaans economisch embargo – voor de Viet Kieu (overzees wonende Vietnamezen) pas mogelijk om weer terug te keren naar hun land van herkomst.

Zo hyperrealistisch als het toneelbeeld (ontwerp: Alice Duchange) is de regie van Caroline Guiela Nguyen. Filmisch monteert ze de tijden en locaties door elkaar heen. In mozaiekstructuur worden drie verhaallijnen met elkaar verwerven. De kokkin en eigenaresse van het restaurant is Marie-Antoinette, een Vietnamese vrouw die met haar nichtje Lam na de val van Saigon de boot naar Frankrijk nam om daar een vrijwel identiek restaurant te bestieren. Marie-Antoinette’s zoon is, zo blijkt gaandeweg, gestorven in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vaste gast in het restaurant is de Vietnamese vrouw Linh – in de jaren vijftig met haar Franse man Edouard, in de jaren negentig met haar zoon Antoine. Edouard is dan inmiddels overleden. Het laatste sleutelfiguur van deze vertelling is Hao, die Vietnam (en daarmee zijn prille geliefde Mai) als adolescent halsoverkop moest ontvluchten en veertig jaar lang in Parijs heeft moeten wachten op zijn terugkeer naar – inmiddels – Ho Chi Minhstad.

Nguyen baseerde Saigon op waargebeurde verhalen, onder andere die van haarzelf – haar vader is Frans en haar moeder is Vietnamese en moest in 1956 uitwijken naar Frankrijk. Met haar theatercollectief Les Hommes Approximatifs richt ze zich op het creëren van nieuw repertoire, over niet-vertelde verhalen in het theater. De voorstelling ging vorig jaar in première op Festival d’Avignon en staat vanavond nog in Amsterdam tijdens het Holland Festival.

Het is typerend dat, ondanks dat er voortdurend geschakeld wordt in tijd en locatie, het toneelbeeld en de sfeer vrijwel gelijk blijven. Nguyen toont hiermee dat verdriet en pijn niet tijd- of plaatsgebonden zijn, dat neem je met je mee, en slijt helemaal niet. Het einde van een oorlog is bovendien ook altijd weer het begin van een nieuwe.

Saigon vertelt absoluut een belanghebbend verhaal, en legt bovendien mooie dwarsverbanden tussen generaties. Achter een façade van tevredenheid geeft iedereen voortdurend zijn eigen leed vorm. Het verdriet van de personages wordt breed uitgemeten en van de eerste tot de allerlaatste snik uitgespeeld – dat had wel een tandje minder gemogen, het melodrama ligt behoorlijk op de loer. Het rigide doorgevoerde realisme van Nguyens regie heeft bovendien een grote keerzijde: de toeschouwer krijgt alles haarfijn voorgeschoteld en hoeft zelf eigenlijk niets meer in te vullen.