Oerol gaat over grenzen

Beeld: Sanja Marija Marušić

Op Terschelling begint vandaag het tiendaagse festival Oerol. Met uiteenlopend locatietheater en landschapskunst wordt de bezoeker geconfronteerd met de natuur en de wereld om zich heen.

Terwijl het nieuwe stadsbestuur in Amsterdam forse maatregelen wil treffen om de toeristenoverlast te beperken, varen tussen Harlingen Haven en Terschelling de veerboten de komende week af en aan om uitgelaten toeristen over te zetten. Tijdens het Oerol Festival is het aantal inwoners van Terschelling tien dagen lang verdriedubbeld. Dagelijks zijn er ruim tienduizend festivalgangers bovenop het normaal nauwelijks vijfduizend inwoners tellende eiland. Je kan het ‘massatoerisme’ noemen, Oerol zelf noemt het liever ‘tijdelijke samenleving’.

Binnen die tijdelijke samenleving draait het niet alleen maar om het bekijken en laten zien van voorstellingen, cruciaal is ook de ontmoeting met elkaar en met het eiland. Nadenken over de plek waarop je bent en de wereld waarin je leeft. De voorstellingen en installaties op Oerol – zeker binnen het voor festivalgangers gratis te bezoeken expeditie-programma – moeten daarbij helpen.

Theatermaker Lotte van den Berg plaatst bijvoorbeeld een glazen kubus op het wad waar dagelijks een Oerol-bezoeker in plaatsneemt om een volledige getijencyclus van twaalf uur aan den lijve te ondervinden. Vanuit de kubus zie je water om je heen stijgen en weer dalen.

Een ander voorbeeld is Nieuw Antropoceens Peil (NAP) van Marc van Vliet, een theatermaker die zich de laatste jaren ook steeds meer als beeldend kunstenaar ontwikkelt. Hij maakt dit jaar een installatie van honderdzestig palen van vier meter hoog, die in een rechte streep dwars door het eiland loopt – van Noordzeekust tot waddenkust, door het landgoed van 28 verschillende eigenaren heen, dwars over fietspaden en wegen. De installatie confronteert de festivalganger met een mogelijk toekomstscenario: de lijn symboliseert de verwachte waterhoogte in de 22ste eeuw als we nu geen actie ondernemen.

“Dat zijn twee mooie voorbeelden van theatermakers die nu meer beeldend werk maken,” licht artistiek leider Kees Lesuis toe. “We zien dat bij theatermakers de grenzen van de verschillende kunstdisciplines steeds meer vervagen. Voor hen is Oerol echt een landschapslaboratorium.”

Niet alleen de grenzen van de disciplines worden steeds diffuser, de voorstellingen gaan inhoudelijk ook steeds vaker over grenzen of grensgebieden. “Een van de grootste expeditie-projecten, And Now, gaat heel erg over de grens tussen mens en natuur,” zegt algemeen directeur Marelie van Rongen. “Daarin draait het om wat je als mens aan het landschap toevoegt en wat je achter wil laten. Bijzonder daarbij is dat alle driehonderd eilandkinderen eraan meedoen. Het is een installatie die gedurende de tien festivaldagen steeds groeit, en op de laatste dag steken we het tijdens een slotritueel in brand.”

De botsing tussen stad en land is een dankbare thematiek voor de theatermakers op Oerol. Dat komt ook sterk terug binnen de reguliere theaterprogrammering, bijvoorbeeld bij de experimentele locatie-opera De aardappelvreters (van Silbersee, Slagwerk Den Haag en Gouden Haas), over een boerenfamilie die spartelend ten onder gaat aan een gemoderniseerde maatschappij.

Maar ook de frictie tussen verschillende landen en culturen vindt een prominente plek binnen het festival. Theatermakers George en Eran maken met George en Eran worden racisten een actuele conflictkomedie over de onmogelijkheid het goed te doen. Bodil de la Parra vertelt in Het verbrande huis over haar geboortegrond in Paramaribo. En Saman Amini, die op elfjarige leeftijd vanuit Iran naar Nederland vluchtte, brengt met Samenloop van omstandigheden een indringende muziektheatervoorstelling over de relatie tussen zijn geboorteland en Nederland.

Het is het derde jaar op rij dat Amini op Oerol speelt. Lesuis: “Drie jaar geleden kwam hij voor het eerst op het festival met Nobody Home van Daria Bukvić. Ik weet nog dat hij destijds zei dat hier in deze tijdelijke samenleving, waarin iedereen het goed wil doen en vindt dat ze geen racist zijn, mensen toch echt geconfronteerd werden met hun eigen vooroordelen. Daar wilde hij graag een voorstelling over maken en dat werd vorig jaar A Seat at the Table. Dat was zowel in vorm als inhoud een zeer indrukwekkend project, waarin ook echt grenzen tussen het publiek en de makers werden overschreden en tegelijkertijd ruimte werd gemaakt voor een nieuwe dialoog.”

Van Rongen: “Omdat Oerol een beetje een rare, utopische samenleving is, die niet per se met de situatie aan de wal overeenkomt, kan je sommige dingen heel goed bespreken. Juist ook de extreme en tegengestelde visies.”


Oerol (Terschelling) duurt tot en met  24 juni
oerol.nl