Theater Tiefer Schweb
Door Müncher Kammerspiele, Christoph Marthaler
Gezien 28 juni 2018, Stadsschouwburg Amsterdam (Holland Festival)
Te zien T/m zaterdag, aldaar


“Waar in deze onderwaterdrukkamer zijn eigenlijk de damestoiletten?” Er volgt wat ontwijkend gemurmel en niet veel later zetten vier mannen een urinoir op hun hoofd en klinkt er een meerstemmig gejodel. Het is de eerste noch de laatste keer dat de personages het niet meer weten en dan maar in zingen uitbarsten.

Maar liefst drie dagen waren er nodig om het indrukwekkende decor (ontwerp: Duri Bischoff) in de Grote Zaal op te bouwen. Een volledig houten kantoorruimte met in de hoek een metershoge tegelkachel waaruit post en personages komen. Achter de houten schuifpanelen een ondefinieerbaar vacuüm met watervoorraden en een instrumentenopslag.

We bevinden ons in 2049, op de bodem van het Bodenmeer – ingeklemd tussen Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk – waar acht commissieleden gedwongen ploeteren over de randvoorwaarden voor het oplossen van de inmiddels onhoudbare toenemende vluchtelingenstromen, pandemieën en klimaatproblematiek.

Het eerste uur van Christoph Marthalers Tiefer Schweb is gerust stomvervelend te noemen. De personages lopen consequent vast in hermetisch ambtenarengeneuzel en dito retoriek – veel vorm, weinig inhoud – en (pseudo-)filosofische openbaringen. Verhitte discussies laten de druk in de onderwaterruimte soms letterlijk te hoog oplopen, waardoor zuurstofgebrek alles vertraagt en uiteindelijk stillegt – een mechanisme dat in het dagelijks leven overigens soms geen overbodige luxe zou zijn.

Gaandeweg lijken de personages zich te realiseren dat hun verwoede gepraat hen geen stap dichter bij elkaar brengt, en kiezen ze voor waar ze elkaar wel in vinden: muziek. Zo verliest Tiefer Schweb steeds meer de toch al marginale plot, om uiteindelijk een collage van volkszang, popmuziek en evangelische liederen (plus uitbundige kostuums en gekke dansjes) te tonen waarin de mens, in al haar onbenulligheid, wél nader tot elkaar komt.

Marthaler tart het publiek ondertussen met tergende herhalingen, hermetische teksten en een zeer slepende opbouw. Zijn vertragende theatertaal vergt een hoop geduld, waar je per saldo maar weinig voor terugkrijgt.