Over het IJ zoekt de ‘onzichtbare verhalen’ van de stad

De komende tien dagen wordt Amsterdam-Noord overgenomen door Festival Over het IJ. Het stedelijke locatietheaterfestival toont niet alleen voorstellingen op de NDSM-werf, maar gaat dieper de wijk in: onder andere in een zwembad, onder een brug, op een veerpont en op het Buikslotermeerplein zijn voorstellingen te zien.

Gemene deler is dat de makers met hun werk thema’s openleggen die vaak niet openlijk besproken worden, vertelt artistiek directeur Simone Hogendijk. “Collectief Walden maakt bijvoorbeeld met Het verband van alles met alles zichtbaar hoe alles in de wereld met elkaar verbonden is. Wat de invloed is geweest van de grote schepen die hier op de NDSM ooit zijn gebouwd en over de hele wereld olie hebben vervoer, bijvoorbeeld. Dat de olietankers die kapot zijn gegaan wereldwijd het milieu ernstig hebben vervuild, is niet meteen wat je je bedenkt als je hier op de werf loopt.”

Door thema’s aan te snijden die doorgaans snel weggestopt worden, hoopt Hogendijk dat de ‘onzichtbare’ verhalen van de stad blootgelegd worden. “Theatercollectief Via Berlin heeft het in Instant Love over prostitutie. Ze leggen aan de dag hoe mensen naar Nederland worden gehaald en hier in de illegaliteit verdwijnen. De projecten van Pink Flamingoo, Luit Bakker en Marte Boneschansker gaan alle drie over seksualiteit en gender. Het zijn kleine, intieme verhalen die echt iets openleggen.”

Identiteit is ook een terugkerend thema binnen die ‘onzichtbare stad’, vertelt Hogendijk. “Wie zijn wij en hoe staan wij verbinding met andere steden wereldwijd?” Toekomstland van Comuna wordt bijvoorbeeld gespeeld door theatermakers uit Argentinië en Nederland.

Een ander voorbeeld is Alsof je thuis bent van de Stal van Dingo. Daarvoor gingen vier Nederlandse en vier Turkse acteurs de dialoog met elkaar aan. Resultaat is een absurdistische, beeldende voorstelling over de verhouding tussen de Nederlandse en Turkse identiteit. De voorstelling staat elke avond op het Buikslotermeerplein.

“Het hebben van meerdere perspectieven is een bepalende factor in mijn werk en specifiek deze voorstelling,” legt de Turks-Nederlandse regisseur Ilgın Abeln uit. “Ik ben bicultureel, ik ben in twee landen en met twee culturen opgegroeid. Ik voel me zowel honderd procent Nederlands als honderd procent Turks. En die schizofrenie, of hybriditeit of wat dat ook moge zijn, zie ik heel erg terug in de voorstelling.”

Eerder dit jaar ging ze met vier Nederlandse acteurs, door middel van spelimprovisaties en gesprekken, op zoek naar de betekenis van de Nederlandse culturele identiteit. “We kwamen erachter dat de Nederlandse cultuur heel erg bepaald wordt door het plannen, door alles proberen te voorkomen, te organiseren en orde aan te brengen. Er is hier een grote angst voor chaos.”

Vervolgens vertrok Abeln naar Turkije om daar hetzelfde proces te herhalen met Turkse acteurs. “In Turkije bleek juist een van de meest bepalende factoren dat alles wordt bepaald door chaos. En waar Nederlanders heel erg individualistisch zijn, heerst daar heel sterk de angst om er niet bij te horen.”

Voor de uiteindelijke voorstelling heeft Abeln scènes die uit de twee onderzoeken voortkwamen met elkaar versneden. “Uiteindelijk gaat het ook heel erg over de individuen binnen de twee culturen, want het is natuurlijk allemaal niet zo eenduidig. Tijdens de voorstelling raken we gaandeweg de verhouding tussen die culturen steeds meer kwijt, en wordt het veel meer een universele poging om staande te blijven in het leven, wie of wat je ook bent.”

De voorstelling ging eerder dit seizoen in première in een overdekte markthal in Istanbul. “In Turkije zijn natuurlijk heel weinig Nederlandse immigranten, dus de voorstelling ging daar veel meer over wie de Turken zijn en met welke politieke, maatschappelijke en sociologische problemen ze dealen. De Nederlander was toen binnen de voorstelling een soort neutrale buitenstaander, een klankbord waartegen we de Turkse identiteit konden plaatsen. Maar omdat we in Nederland te maken hebben met een grote Turkse gemeenschap gaat het hier ineens veel meer over hoe we ons verhouden ten opzichte van elkaar.”

Meer nog dan de verschillen, benadrukt de voorstelling ook heel erg de overeenkomsten tussen de twee culturen. “Hier in Amsterdam-Noord zijn er mensen die zich niet meer herkennen in het straatbeeld en hun woning niet meer uit durven. In Turkije heb je ook mensen zich in de wijken heel op de vierkante millimeter en met hun eigen traditionele leven staande proberen te houden. Dat zijn uiteindelijk universele, overstijgende mechanismes.”


Festival Over het IJ duurt t/m 23 juli. Alsof je thuis bent is dagelijks te zien (behalve 16 juli) op het Buikslotermeerplein.