Theater Comuna
Door Toekomstland
Gezien 15 juli 2018, Festival Over het IJ (Amsterdam)
Te zien t/m 22 juli, aldaar


Voor Comuna fantaseerde regisseur Anouke de Groot samen met architect Andrés Novo en verschillende Nederlandse en Argentijnse dansers en theatermakers over de ideale ‘gedeelde stad’. Een ruimte waar iedereen zijn of haar invloed op kan en mag uitoefenen, hoe zou die eruitzien?

De voorstelling ging zondag in première op Festival Over het IJ in Amsterdam. Ingeklemd tussen het festivalhart en het IJ suggereert een abstract bouwwerk van plastic kratten deze schijnbaar utopische stad. Na een korte introductie, waarin de spelers hardop fantaseren over hun gedeelde wereld, wordt de poort geopend en mag het publiek door het bouwwerk dwalen. ‘Stand and go were you like’, is de belangrijkste regel van zowel de voorstelling als deze gesuggereerde gedeelde stad.

De theatermakers verspreiden zich door het bouwwerk en confronteren je met korte acts, waarin ze steeds erg hun best doen bij het publiek actie en reactie te ontlokken. Een jonge vrouw maakt ons deelgenoot van haar gedachtengoed rondom ‘het potentieel’, even later zit ik in een kleine ruimte waarin twee van de spelers hun angsten opsommen en het publiek steeds vragen of ze die angst herkennen, tussendoor zie ik een kratje dat als een radiografisch bestuurbaar autootje door de gangen rijdt (waarom?) en beginnen steeds meer spelers de ruimte af te breken en de kratjes kapot te maken. De uitwerking van deze gedeelde ruimte roept kortom meer vragen op dan dat het antwoorden of handvatten biedt.

De dramaturgie van deze voorstelling, die een grote verantwoordelijkheid bij de toeschouwer suggereert, klopt in theorie weliswaar bij de inhoud, maar het levert een uiterst onbevredigend resultaat op. Nog voor je als deelnemer een beetje begrijpt hoe dit project werkt, wordt er een muur doorbroken en eindigen we weer in gezamenlijkheid op een leeg plein midden in het bouwwerk. Het is een ‘empty space full of desires’, en het publiek mag zelf met de kratjes deze ruimte vormgeven. Maar door gebrek aan enige inbedding of consequentie heeft deze gezamenlijke slothandeling – hoe veelbetekenend sommigen hun kratje ook in de ruimte plaatsen – per saldo niets om het lijf.

Comuna vaart in alle opzichten op clichés: van het idealistische gedachtengoed aan het begin tot het samen afbreken en opnieuw opbouwen van een gedeelde ruimte in de slotsequentie. De scènes daartussenin blijven vaag of algemeen. Het interacteren met het publiek levert meer ongemakkelijkheid dan inzichten op.

Het project is een toonbeeld van goede bedoelingen en zal de spelers en enkele welwillende toeschouwers wellicht aan het denken zetten, maar de voorstelling an sich ontstijgt nergens de obligate algemeenheden die je vooraf bedenkt bij de voor- en nadelen van een gedeelde ruimte.