Op papier een mooi verhaal – interview met Ingejan Ligthart Schenk

Foto: Moon Saris

Deze zomer brengt het Amsterdamse Bostheater samen met het Noord Nederlands Toneel de toneelklassieker De Meeuw (1896) van Anton Tsjechov. Regisseur Ingejan Ligthart Schenk brengt het als komedie over de teloorgang van dromen en ambities. 

Ligthart Schenk houdt van de schriftuur van Tsjechov. “Hij observeert de mens scherp en doet dat op een heel humorvolle manier. Ik vind zijn werk bovendien heel troostrijk: het gaat er bij Tsjechov niet over wie er gelijk heeft, maar hij laat zien hoe het leven loopt en welke keuzes zijn personages maken. Daar kan je in mee, en tegelijkertijd denk je: ik ben blij dat ik het zelf niet mee hoef te maken.”

“Ik vind het, om mezelf lelijk uit te drukken, ‘relevant’ toneel. Het is relevant in hoe de mensen met elkaar omgaan, en in de vragen die Tsjechov oproept over de positie van toneel binnen de samenleving. Dat is ook een belangrijke reden waarom ik De Meeuw juist hier in het Bostheater wilde ensceneren.”

“Ik vind het belangrijk om me af te vragen waar het toneel nu staat in de samenleving, en hoe het Bostheater zich tot het toneellandschap verhoudt. We spelen hier natuurlijk verhalen uit de canon van de toneelgeschiedenis. Aan die traditie wil ik trouw blijven. Maar door een bewerking te maken kun je het voor een breed publiek toegankelijk maken.”

Gezamenlijkheid is een belangrijke factor bij de Bostheater-voorstellingen. “Dat je hier met z’n allen kan picknicken, dat je je eten met elkaar deelt; dat is inclusiviteit. Zo wordt het publiek onderdeel van zo’n beleving, en kan het gaan reflecteren, discussiëren en identificeren.”

“Verhalen vertellen is van alle tijden. Maar de vraag is: hoe exclusief wil je dat maken? Wil je dat voor een breed publiek doen, dan zal je aanknopingspunten moeten aanbrengen, waar het publiek zich mee kan identificeren. Welke culturele tekens gebruik je, welke bevolkingsgroepen zet je in, voor welke muziek kies je? Ik heb het over een cast waar de Amsterdammer zich in herkent, over problemen die niet alleen meer gaan over een ‘elitegroepje’.”

“Tsjechov maakt de keuzes die zijn personages maken inzichtelijk, maar laat ook zien dat door hele kleine misstappen en hele kleine toevalligheden het leven steeds net weer anders loopt. Als publiek zie je welke conclusies een personage trekt, terwijl het zo dichtbij lag om iets op een andere manier te interpreteren of een andere wending te nemen. En dat is hoe ons leven voor een groot deel is opgebouwd.”

Tsjechov situeerde zijn personages in en rondom een artistiek buitenverblijf met op de achtergrond een groot meer. De parallellen met het sfeervolle amfitheater aan de grote vijver midden in Amsterdamse Bos zijn niet van de lucht.

Samen met decorontwerper Ascon de Nijs vormde Ligthart Schenk het grote buitenpodium om tot wat hij een ‘gecultiveerde, kunstmatige, superontworpen tuin’ noemt. Met veel kunstgras en geabstraheerde objecten die uit het landschap lijken te ontspringen. De clash tussen natuur en cultuur is de basis van het decor, legt hij uit. Het verbeeldt de krampachtige poging van de mens om de natuur te temmen, naar zijn eigen hand te zetten. “Maar de natuur laat zich natuurlijk niet plooien.”

“Die clash tussen mens en natuur zit ook heel erg in de tekst van Tsjechov. Natuur kun je natuurlijk op twee manieren opvatten: enerzijds het groen zoals de bomen en het gras, maar ook de natuur van de mens. Het ouder worden en terugkijken op de keuzes die je gemaakt hebt, tegenover de jonge generatie die vooruitkijkt, droomt en streeft, maar in de loop van het stuk, als de jaren voorbijgaan, in hetzelfde schuitje belanden, simpelweg omdat ze ouder worden.”

Ondanks dat het in de Nederlandse opvoeringsgeschiedenis vaak als tragedie werd gezien, noemde Tsjechov zijn stuk expliciet een komedie. Ligthart Schenk behandelt het ook als zodanig. “Het heeft echt de wetmatigheid van een klassieke komedie. We zien die mensen, de keuzes die ze maken en hoe ze daar met al hun beste bedoelingen mee worstelen, en dat het vervolgens alsnog fout loopt.” Toneel gaat volgens Ligthart Schenk vooral over empathie. “Je moet met empathie kijken naar hoe die mensen hun pogingen doen op het toneel. Het personage Kostja zegt op het einde van De Meeuw over het leven dat Nina geleid heeft: ‘Op papier is het een mooi verhaal, maar om het in het echt te moeten leven: dat is geen pretje.’ Dat soort mededogen, daar hou ik heel erg van.”