“Van alle leugens is de familie wel de allergrootste,” wordt op het einde van Kleine zielen gezegd. Het sluitstuk van de Couperus-trilogie die regisseur Ivo van Hove bij Internationaal Theater Amsterdam maakte staat vanaf vanavond weer in de schouwburg.

Vanaf afgelopen weekend is Toneelgroep Amsterdam definitief verleden tijd. Drie grote letters prijken prominent op de gevel van de schouwburg aan het Leidseplein: ITA, zoals het gezelschap nu het met de stadsschouwburg gefuseerd is, voortaan heet. Voor de acteurs verandert er overigens niet zo veel, volgens Robert de Hoog. “Behalve dan dat we onze voorstellingen wat vaker in Amsterdam gaan spelen.”

Zo is de komende anderhalve week Kleine zielen (2017) weer te zien. Een verstikkende familieschets waarin meerdere generaties onder één dak wonen en ondanks verwoede pogingen maar niet uit hun vastgeroeste stramien kunnen breken.

Centraal personage daarin is Addy, een jonge arts waar iedereen zich aan vastklampt. Hij wordt gespeeld door De Hoog: “Addy is een continue stroom van troost, iedereen kan altijd bij hem terecht. Hij verzorgt iedereen, behalve zichzelf.”

“Dat ken ik uit mijn eigen leven ook heel goed. Ik kan bijvoorbeeld heel goed anderen adviezen geven over de liefde, maar wanneer het over mezelf gaat ben ik altijd blind. Al die adviezen die ik anderen altijd geef pas ik zelf nooit toe.”

Addy’s opofferingsgezindheid gaat op den duur ten koste van zichzelf. In de voorstelling zegt hij tegen zijn vrouw Mathilde: “Ik heb nooit aan mezelf behoord. Vroeger behoorde ik aan mijn ouders, nu aan jou.”

De Hoog: “Ik ben er niet echt actief naar op zoek, maar je gaat toch nadenken over hoe je daar zelf in staat. Ik praat ook graag veel met mensen, ik lijk ergens best veel op hem. Dat maakt het als acteur wel lastig: hoe speel je dat karakter zonder dat het emotioneel of privé wordt? Ik kan er heel somber van worden, omdat het personage me heel erg kan confronteren met mezelf. In dat opzicht is dit tot nu toe de heftigste rol die ik gespeeld heb.”

Net als in De Stille Kracht (2015) en De dingen die voorbijgaan (2016), schetst Kleine zielen een weinig vrolijkmakend beeld van hoe familieleden met elkaar samenleven. De moeder (Frieda Pittoors) zegt in haar epiloog: “Van alle leugens is de familie wel de allergrootste.” De Hoog: “En als Addy wordt gevraagd wat familie voor hem betekent, zeg ik: ‘Iedereen leeft steeds meer voor zichzelf in deze tijd, dus misschien is een constructie als familie tegenwoordig wel niet meer mogelijk. Moeten we dat niet meer willen najagen.’”

Noortje Herlaar speelt zijn nichtje Gerdy, een jong meisje dat zich niet neerlegt bij de vaste patronen en verstikkingen. Herlaar: “De spanningen en de onderlinge relaties probeert ze eigenlijk voortdurend te doorbreken. Ze is een vrije geest, ze houdt niet van dat eindeloze gewauwel over het leven en zingeving.”

“Ik heb een tekst over een ziel die zoekt naar extase en grootsheid. Dat jagen we natuurlijk ergens allemaal na. We willen niets liever dan altijd verliefd door de stad zweven, maar dat kan het leven natuurlijk niet zijn.”

Het is inmiddels alweer negen maanden geleden dat de voorstelling voor het laatst speelde. Ter voorbereiding is er gisterenavond één doorloop gedaan. De Hoog, een paar uur daarvoor: “Ik ben altijd bang dat ik helemaal niets meer weet, maar dan kijk ik de videoregistratie terug en dan valt het allemaal best mee.”

De voorstellingen van ITA hebben steeds een relatief korte speellijst, waardoor ze vaker weer hernomen kunnen worden. De Hoog: “Het feit dat je niet weken aaneengesloten in hetzelfde stuk staat, houdt het ook heel vers. Mooie wijn wordt beter naarmate hij ouder wordt. Hetzelfde geldt voor voorstellingen.”


Kleine zielen, t/m 2/9 in Internationaal Theater Amsterdam
tga.nl/voorstellingen/kleine-zielen