Theater Emma
Door Toneelgroep Maastricht
Gezien 25 augustus 2018, Cultura Nova (Brunssum)
Te zien t/m 2 september, aldaar


‘Iedereen leeft onder dezelfde hemel maar niet iedereen heeft dezelfde horizon.’ Met die woorden schuifelt Koningin Emma (Michel Sluysmans) door de uitgerekte fabriekshal in Treebeek, Brunssum. Ze is honderdzestig jaar oud inmiddels, en nog lang niet dood – ze leeft immers voort in straten, pleinen, parken. Ze is een kolenmijn geweest, een fabriek, een paar schoenen.

Emma is gemaakt ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Fonds voor Sociale Instellingen, dat in de vorige eeuw werd opgericht om werkgelegenheid te verschaffen aan mensen die na een ongeval niet meer in de mijnen konden werken. De schoenenfabriek Emma groeide uit tot eerste sociale werkplaats van Nederland. De recente verhuizing naar Kerkrade roept dan ook gemengde gevoelens op onder werknemers en inwoners van Brunssum.

Emma, dat Toneelgroep Maastricht met lokale partners Cultura Nova, FSI, Emma Safety Footwear en IBA Parkstad produceert, is een mooi eerbetoon aan deze lokale geschiedenis. Een team van schrijvers (Mieneke Bakker, Wiel Beijer, Louis van Beek en Michel Sluysmans) deed samen met een ondersteunende redactie research naar de wijk en haar geschiedenis en voerde uitgebreide gesprekken met (oud-)medewerkers van de fabriek.

Uit al die research en interviews werd vervolgens een aantal fictieve personages gedestilleerd, die het publiek deelgenoot maken van de schoonheid en de daarin besloten tragiek van hun leven in en rondom de fabriek. Dat doen ze in de inmiddels zo goed als leeggehaalde fabriekshal, waar nog een paar oude machines ritmisch ratelend hun werk doen.

Neem de altijd vrolijke Frans (Louis van Beek), die overal een grapje van maakt, maar als hij vervolgens bijna stikt in zijn eigen verstokte weglachmechanisme ineens in tranen zegt: ‘Als ik kon stoppen, deed ik het zo.’ Of de trotse directrice (Judith Pol), die praat in oneliners als ‘There’s no business like shoe business’ of ‘The shoe must go on.’

Hoogtepunt is de monoloog van Suzan Seegers, die op onnavolgbare wijze een afgekeurde hard-rocker neerzet die op last van haar vader, tegen haar zin in bij het bedrijf belandde maar daar inmiddels niet meer zonder kan. Elke verandering, hoe klein ook, veroorzaakt grote paniek bij haar – dus de verhuizing naar Kerkrade laat alle alarmbellen rinkelen. Het is prachtig hoe Seegers, die voortdurend onrustig over het metersbrede speelvlak ijsbeert, in eerste instantie weerzin oproept, maar zodra je door haar opgefokte façade heen prikt sluit je haar volledig in je hart.

De verhalen voeren ons mee langs persoonlijke geschiedenissen van de werknemers en het bedrijf, een tragisch bedrijfsongeval, de brand in de fabriekshal tot aan de op handen zijnde verhuizing en de impact daarvan op de betrokkenen. De voorstelling balanceert op die manier mooi tussen particuliere ervaringen en universeel leed: het ‘familiegevoel’ onder de werknemers en de vastgeroeste patronen zijn enerzijds typisch voor de Emma schoenfabriek, maar tegelijkertijd niet aan hen voorbehouden. Zo ontstijgt deze voorstelling zichzelf, zonder daar verder al te uitdrukkelijk in te zijn, en gaat het over een universeler sentiment: ergens bij willen horen en je identiteit aan ontlenen – en hoe fragiel dat kan zijn.

De scènes waarin de verhalen van de werknemers centraal staan worden bovendien afgewisseld met muzikale, beeldende sequenties (onder andere gespeeld door een twintigtal echte werknemers van de fabriek) waarin het ritmische, eentonige fabrieksleven mooi theatraal wordt gemaakt. Het uitmuntende showballet van dansgroep Kv De Waggelerre onder leiding van Rachel Senden zorgt voor de nodige glans en zelfs de fanfare Harpe Davids Brunssum trekt voorbij.

Is het al met al niet wat te veel, dacht ik halverwege, en had regisseur Servé Hermans niet strakker moeten monteren en meer moeten knippen? Is een lange, van drama gespeende openingsexposé over de totstandkoming van de Emma-schoen (driehonderd productiestappen) eigenlijk noodzakelijk?

Maar gaandeweg blijkt dat juist de kracht te zijn van deze voorstelling: alle elementen worden met een uiterste zorgvuldigheid neergezet. Niets wordt afgeraffeld, overal wordt de tijd voor genomen die het verdient. Zo’n monoloog is belangrijk, omdat het voor de personages alles is wat hen bindt. Het overkoepelende drama zit hem niet in de anekdotiek van zo’n verhuizing, maar in de persoonlijke geschiedenissen van de werknemers.

Het maakt Emma tot een aanstekelijke, liefdevolle productie waarin met een groot gevoel voor barmhartigheid en mededogen wordt gekeken naar de mens – met al haar uiteenlopende horizonten, die lang niet altijd even rooskleurig zijn.