Joeri Vos maakt van Pinokkio een lekker ambigu theaterfeest: ‘Het is een eerbetoon aan de leugen’

Foto: Ben van Duin

Bij De Veenfabriek en La Compagnie du Tire-Laine is Pinokkio geen pedagogisch, moralistisch pleidooi voor een braaf bestaan, maar een rauwe coming of age van een jongen die zich afzet tegen burgerlijke normen en waarden en op zoek gaat naar persoonlijke vrijheid. De voorstelling staat vanaf morgen in het Amsterdamse Bostheater.

Het zigeunerachtige toneelbeeld vol circuselementen verbeeldt Pleasure Island – in deze adaptatie geen illuster amusementspark, maar eenvoudigweg de wereld waarin Pinokkio opgroeit. Pinokkio – een intrigerende, ongrijpbare rol van Phi Nguyen – groeit op tussen hangjongeren, drugsgebruikers, seksverslaafden, dieven en anarchisten. De zin ‘We gaan een echte man van je maken,’ heeft in deze voorstelling, uitgesproken door een wat oudere vrouw die zich een fee waant, bepaald geen Disney-pedagogische connotatie, maar een onversneden seksuele lading. Ondertussen bestookt Japie Krekel (hier een tomeloos irritante medewerkster van de Kinderbescherming) hem voortdurend met politiek-correcte gemeenplaatsen – uiteraard met tegenovergesteld resultaat – en zit een alcoholistische Gepetto bijna voortdurend zijn kater uit tussen de vier muren van de gevangenis.

“Het is een eerbetoon aan de leugen,” legt regisseur Joeri Vos uit. “Het is belangrijker hoe je met elkaar omgaat, dan of je altijd de waarheid spreekt. Je mag best tegenstrijdige dingen verlangen, je hoeft niet consequent te zijn in je dromen.” Een leugentje om bestwil moet kunnen, vindt Vos. “Er zijn verschillende gradaties in moraal. Pinokkio krijgt op een bepaald moment een pak aan en kan dan niet meer liegen. Maar ik denk dat ons vermogen tot liegen er ook voor zorgt dat situaties vaak goed gaan.”

Meer dan op de animatiefilm van Disney (1940) baseerde Vos en co-auteur Teun Smits zich voor hun bewerking op de veel minder kindvriendelijke oerversie, het boek De avonturen van Pinokkio (1883) van de Italiaanse schrijver Carlo Collodi. Vos: “Ergens volgen we redelijk trouw de hoofdstukken van het boek, alleen stoppen we iets voor het einde. In het boek belandt Pinokkio tegen het einde op Pleasure Island en verandert daar in een ezel. Ik vermoed dat Collodi dacht: er moet nog een goede moraal in, dus als je alleen maar plezier maakt en je dromen nastreeft verander je in een ezel en word je aan het werk gezet. Maar wij eindigen in onze voorstelling voordat hij in een ezel verandert, en houden dus in het midden of dat vervolgens wel of niet gebeurt.”

Op een bepaald moment in het verhaal krijgt Pinokkio straf en wordt hij opgehangen. “Pinokkio beseft in die scène dat hij straf krijgt, terwijl hij niet weet waarom. Maar hij gaat toch maar proberen te huilen en berouw te tonen. Hij zegt: ‘Ik heb fouten gemaakt, ik snap het nu’, terwijl hij het helemaal niet per se snapt, maar wel het sociale vernuft heeft om te beseffen dat hij dat moet zeggen. Dat raakt me altijd. Want dat doen mensen, en zeker kinderen, als ze op hun kop krijgen. Ze passen zich aan, aan een voor hen onbegrijpelijke wereld.”

Pinokkio ging eerder dit jaar in première op Terschelling tijdens Oerol, en toert wegens succes nu langs verschillende (openlucht)podia. De reacties op de voorstelling zijn heel uiteenlopend, vertelt Vos. “Sommigen vinden het heftig, populistisch; anderen vinden het een bevrijding. Ik denk dat het dat allebei is. Het gaat enerzijds over een jongen die zijn dromen en verlangens volgt en zijn milieu ontgroeit, maar het is ook het verhaal van een achterbuurtjongen die zich ontpopt tot populist.”

“Ik las een leuke analyse op internet waarin stond dat dat hele verhaal zo fascistisch als de pest is. We hinten er ook naar dat het eerder over huidskleur dan houtskleur gaat.”

“Zelf denk ik dat het een hele vrolijke voorstelling is waarin we veel plezier maken, maar zonder dat we ontkennen dat de wereld ook heel rottig en naar is. Maar om de wereld mooier te maken is het een goed idee om zelf lol te maken. Pleasure Island is uiteindelijk een plekje in je hart.”

Zoals Pinokkio zich in de voorstelling niets aantrekt van regels, trapt Vos in zijn regie ook voortdurend zijn eigen feestje. De voorstelling schiet alle kanten op, stelt de brontekst van Carlo Collodi vrolijk ter discussie en maakt het publiek uiteindelijk schaamteloos deelgenoot van de anarchie. De gipsy- en Klezmerachtige muziek van de vier muzikanten van het Franse ensemble La Compagnie du Tire-Laine versterkt het discutabele maar aanstekelijke vrijbuitersgevoel. Zo wordt Pinokkio een heerlijk ambigu theaterfeest.

13-16/9, Amsterdamse Bostheater
veenfabriek.nl/pinokkio