Karina Holla en Bruno Vanden Broecke hebben gisterenavond de belangrijkste Nederlandse toneelprijzen, de Theo d’Or en de Louis d’Or, gewonnen. De prijzen werden uitgereikt tijdens het Gala van het Nederlands Theater, dat traditiegetrouw het Nederlands Theater Festival afsloot.

Karina Holla kreeg de prijs uit handen van Hans Croiset (die vorig jaar de Louis d’Or won) en burgemeester Halsema. “Dat ik dit nog eens mee mag maken”, zei Holla toen ze haar prijs in ontvangst nam. De 68-jarige actrice geldt in de mimewereld weliswaar als grote naam, maar is in de toneelwereld, en al helemaal bij het grote publiek, nagenoeg onbekend. Ze kreeg de prijs voor haar rol in de voorstelling Romp, een relatief kleine vlakkevloerproductie bij De Gemeenschap, waarin ze de volledige voorstelling strak zat vastgesnoerd in een bed, met alleen haar hoofd dat boven de dekens uit steekt. “Ze gaat tekeer, mijmert, roept ter verantwoording en wordt breekbaar. Gedurende de voorstelling kruipt ze in je hoofd. Het verval en de ketens van de ouderdom worden door haar vakmanschap met overgave én beheersing onontkoombaar en tastbaar,” schrijft de jury.

Voor Holla staat de prijs symbool voor het slechten van muren, zei ze gisteravond. De muren tussen performer en publiek, tussen disciplines, de grote en de kleine zaal en grote en kleine gezelschappen.

Aan de andere kant van het acteerspectrum staat het personage waar de Vlaamse Bruno Vanden Broecke de belangrijkste prijs voor mannelijke acteerprestatie voor kreeg. Hij kreeg de Louis d’Or uitgereikt door Romana Vrede – vorige winnaar van de Theo d’Or – en minister Ingrid van Engelshoven van OCW. De minister hield bovendien vlak voor de uitreiking een mooi pleidooi voor de kunsten. “In een tijd waarin de vraag hoe we kunnen samenleven een van de prangendste vragen is, zijn kunst en cultuur geen luxe maar noodzaak,” volgens de minister. “Ik zie het als mijn opdracht om me gedurende mijn ambt voor die boodschap te blijven inzetten.”

Vanden Broecke ontving de prijs voor zijn rol in de monoloog Para van het Brusselse KVS, waarin hij een voormalig paracommandant speelt die begin jaren negentig werd uitgezonden voor de omstreden Belgische missie in Somalië. Vanden Broecke speelt zijn personage met een onnavolgbaar en nauwgezet realisme. “Een acteur die niet lijkt de acteren,” volgens de jury, “maar die de toeschouwer gaandeweg genadeloos bij de kladden grijpt.”

In zijn dankwoord houdt Vanden Broecke een pleidooi voor een theaterlandschap met “meer vrouwenrollen, betere vrouwenrollen en vollere vrouwenrollen.”

Verder kreeg Vanja Rukavina voor zijn rol in The Nation van Het Nationale Theater de Arlecchino voor meest indrukwekkende mannelijke bijrol en Maureen Teeuwen van Maatschappij Discordia kreeg het vrouwelijke equivalent voor haar rol in Dumas/La Dame/DeSade.

De regieprijs ging naar Guy Weizman, artistiek leider van het Noord Nederlands Toneel, die met zijn voorstelling Salam volgens de jury ‘een prikkelende, pompende en pulserende voorstelling die de totale oppervlakte van het toneel omvat.’ De Prosceniumprijs – voor wezenlijke bijdrage aan het Nederlands toneel – werd uitgereikt aan de vrije producent Senf Theaterpartners, voor hun risicovolle en maatschappelijk geëngageerde voorstellingen. Boukje Schweigman won de Mimeprijs voor For The Time Being en Cornald Maas ontving de ACT Award namens de belangenvereniging voor acteurs. De jeugdprijzen gingen naar Princess van Theater Sonnevanck  en Toneelgroep Oostpool voor beste voorstelling en Janne Desmet voor beste podiumprestatie binnen het jeugdtheater.

Met acts van een falsetzanger, een danssolo en een optreden van zangeres Samantha Steenwijk was de avond ook een mooi pleidooi voor multidisciplinariteit en inclusiviteit, voor het uitbreken uit bestaande hokjes. Dat staat mooi in lijn met winnaars als Karina Holla – “Ik heb het altijd gewenst om een echte toneelactrice te zijn,” zei ze in haar dankwoord – en Guy Weizman met zijn discipline-overschrijdende signatuur.