Theater Judas
Door Senf theaterpartners, Kik Productions, Jelle Kuiper Producties
Gezien 20 september 2018, Theater De Meervaart (Amsterdam)


Sinds Judas in november 2016 op de markt kwam, zijn er 550 duizend exemplaren van verkocht, het werd in veertien landen vertaald, er is een Nederlandse televisieserie in de maak en zelfs Amblin Television, de filmmaatschappij van Steven Spielberg, heeft er plannen mee. Sinds gisteravond mag daar bovendien een theaterbewerking aan toegevoegd worden.

In haar autobiografische familieroman doet Astrid Holleeder uitvoerig verslag van het leven met haar broer, voormalig ‘knuffelcrimineel’ Willem Holleeder. Toneelschrijver Sophie Kassies bewerkte het bijna zeshonderd pagina’s tellende boek tot een voorstelling van zo’n twee uur.

Ze maakte in haar bewerking een opvallende en veelzeggende keuze: het stuk wordt uitsluitend gespeeld door vrouwen. Het personage Willem Holleeder zit dus niet in de voorstelling. Dat klinkt in eerste instantie als een sterke artistieke keuze: als je het boek mag geloven was het namelijk niet zo zeer zijn fysieke aanwezigheid die zo’n zware stempel op zijn omgeving drukte, maar het feit dat hij elk mogelijk moment kón bellen, of met zijn scooter voor de deur kón staan. Wanneer hij niet in de buurt was, was hij dus eigenlijk nog steeds in de buurt.

Helaas wordt de angst voor zijn mogelijke aanwezigheid – ondanks de regelmatige interrupties via telefoon, die nu eerder tot irritatie dan tot spanning leiden – in deze voorstelling niet invoelbaar. Kassies schreef een script dat vooral op de anekdotiek zit: het voortdurende geteister van Willem Holleeder, dat uiteindelijk leidt tot de getuigenissen van Astrid en Sonja, komt in dienstbare, reflecterende scènes voorbij, strak en vlot gemonteerd door regisseur Johan Doesburg – maar zonder ruimte voor sluimerend onheil. Ondertussen vullen steeds meer doodskisten de toneelvloer (een nogal obligaat toneelbeeld van Tom Schenk).

Per saldo kijken we vooral naar scènes tussen vier vrouwen die weliswaar zo nu en dan eens een meningsverschil hebben, maar uiteindelijk de hele tijd toch behoorlijk gelijkgestemd zijn – en dat is voor een theatervoorstelling toch wel problematisch. En waar ze in bijzijn van Willem om de hete brij heen zouden draaien, zijn ze tegen elkaar behoorlijk expliciet. Op toneel is dat geschreeuw al snel saai om naar te kijken.

Renée Fokker speelt Astrid recht voor haar raap, met af en toe een gevaarlijk, opvliegerig randje; niet voor niets noemt Astrid zichzelf en haar broer ‘een tweeling met zeven jaar ertussen’. Maar de potentieel interessante gelijkenissen tussen hen, en de intrigerende mengeling van haat en liefde die ze voor hem voelt, worden hooguit aangestipt (en wel meteen in de eerste scène) en dat wordt verder niet meer uitgediept.

Het is überhaupt jammer van de fijne cast dat ze allemaal zulke relatief oppervlakkige personages te spelen hebben. Dat geldt ook voor Margo Dames, die Astrids zus Sonja speelt, een wat al te dommig personage, dat overvloedig met pillen in de weer is. En Sam, dochter van Astrid en het enige personage dat volledig door Kassies is verzonnen (gespeeld door Eva van de Wijdeven) is een rolletje dat werkelijk niets om het lijf heeft.

Interessantste personage is Astrids moeder – mooi gespeeld door Trudy de Jong – die bijna de hele voorstelling een consequent kop-in-het-zand-systeem ophoudt, maar uiteindelijk in een spaarzaam emotionele scène toch breekt.