Theater Allemaal mensen
Door Toneelgroep Oostpool
Gezien 10 oktober 2018, Stadstheater Arnhem


Wrijving is ook energie, volgens Rick Paul van Mulligen en theater is bij uitstek een ruimte om die energie vorm te geven. In Allemaal mensen krijgen veertien jonge acteurs de ruimte om hun ideeën, hun wereldbeeld, hun angsten en hun woede tentoon te spreiden. De verschillen worden gevierd, want inclusiviteit bestaat alleen bij de gratie van diversiteit. Het levert automatisch een zeer uiteenlopende toneelavond op; verfrissend in het grotezaalcircuit, maar wel wat wijdlopig.

Ter voorbereiding vroeg regisseur Marcus Azzini de veertien acteurs onderling briefwisselingen op te zetten, waarin ze hun ideeën en wereldbeelden aan elkaar konden toetsen. Resultaat is een staalkaart van ‘dat wat er nu zo ongeveer speelt onder de hedendaagse eind-twintiger slash begin-dertiger die zich begeeft in de toneelwereld.’ Want hoe breed de inzet van dit project ook is, inherent aan het concept is de beperktheid ervan.

Ondanks dat er tal van belangrijke onderwerpen worden aangesneden – homohaat, racisme, genderongelijkheid – vroeg ik me ook geregeld af waar ik nu naar aan het kijken was. De afzonderlijke monologen waren vaak prikkelend, ontroerend of legden de vinger op de zere plek – maar wat vertelt de voorstelling als geheel? Allemaal verschillende mensen, maar wel allemaal jonge, zelfkritische, artistieke en min of meer gelijkgestemde mensen. De toneelwereld-bubbel waar deze club mensen zich in begeeft is zowel een meerwaarde als een blinde vlek.

Na een feestelijke opening waarin niet alleen de spelers zelf, maar ook een aantal toeschouwers genadeloos aan het vooroordelenspit geregen worden, volgen de ontboezemingen elkaar vrij braafjes op.

Beurtelings breken de spelers uit het hermetische hokje waarin ze zichzelf in eerste instantie plaatsten. Joy Delima vertelt hoe ze gebukt gaat onder het beeld van sterke, zwarte vrouw, dat haar omgeving van haar heeft. Milou van Duijnhoven vertelt openhartig dat ze vroeger altijd voor jongen werd aangezien.

Mooi is de frustratie van Rick Paul van Mulligen, als hij vertelt hoe veel mensen er nog steeds walgen van zoenende mannen. Mensen die zichzelf ruimhartig vinden maar dat ‘verwijfde gedrag’ wel onnodige aanstellerij vinden. En bovendien vinden dat homo’s niet mogen klagen, ze hebben het hier tenslotte toch goed. “Ik ga klagen tot ik er mag zijn,” besluit hij.

Azzini’s antwoord ligt steevast in de toenadering, de omhelzing en de liefde. De knuffel als antwoord op een diepliggende frustratie.

Geleidelijk ontstaat er een abstract, theatraal groepskunstwerk met verf, water, filmprojectie, fysiek spel en literatuur – allerlei uiteenlopende elementen die samen toch een geheel vormen, een niet te omschrijven Gesamtkunstwerk dat bestaat bij de gratie van ‘elkaar de ruimte laten’ als metafoor voor hoe we met elkaar om moeten gaan. Niet te verwarren met ‘leven en laten leven’, integendeel: je volop met elkaar bemoeien, zoeken naar verbinding in elkaars verschillen.

Hoe contrasterend is het slotbeeld, waarin iedereen een berenmasker opzet en alle verschillen juist wegvallen. Als uniforme groep bedienen de spelers het publiek met leuke poses, zoals van ze wordt verwacht. Een immens treurig beeld, verpakt in een jasje van verraderlijke vrolijkheid.

Doe mij dan in godsnaam maar dat niet te duiden, grillige Gesamtkunstwerk.