Theatermaker George Elias Tobal baseerde zijn theatermonoloog Kinderen van Aleppo, die zaterdag in de première gaat, op interviews met Syrische studenten die deelnamen aan de vreedzame demonstraties die uitmondden in de burgeroorlog. 

De oorlog loopt als een rode draad door zijn leven en werk. Theatermaker George Elias Tobal (1986) is geboren in Aleppo en vluchtte op twaalfjarige leeftijd naar Nederland. In het theater werd hij vooral bekend van de voorstellingen die hij met Eran Ben-Michaël maakt. Humorvolle maar geëngageerde voorstellingen over hete hangijzers in de samenleving, zoals oorlog, afkomst en racisme. 

Over zijn vlucht naar Nederland maakte hij vorig jaar samen met De Toneelmakerij het bejubelde Woestijnjasmijntjes. In datzelfde jaar won hij een Gouden Kalf voor zijn rol in de film Jungle, over het vluchtelingenkamp in Calais.

Kinderen van Aleppo is een lichte voorstelling over een zwaar onderwerp. Tobal baseerde de monoloog op interviews met studenten die in 2011 deelnamen aan de vreedzame demonstraties tegen het regime van Assad. Hij vroeg ze wat ze gedaan hebben tijdens die revolutie en hoe ze daar nu op terugkijken. Het leverde uren aan – behoorlijk heftig – interviewmateriaal op. En hoe uiteenlopend ook, over één ding waren alle studenten het eens. Op de vraag of ze weer de straat op gegaan zouden gaan als ze het over zouden mogen doen, zeiden ze allemaal nee.

“Er was een jongen die zei: ‘The devil we know is better than the devil we don’t know. We wilden veranderen, revolutie, maar nu, met terugwerkende kracht, denk je: laat Assad maar even zitten.’”

“Dat is een soort dubbelzinnigheid die ik niet kan bevatten,” vertelt Tobal. “Je gelooft nog steeds in de revolutie, je wilt dat er iets verandert, maar als je het over zou mogen doen, doe je het niet. Wat voor waarde heeft het dan nog?”

“Ik wilde er per se geen politieke voorstelling van maken. Want hoe meer ik mezelf erin ging verdiepen, hoe minder ik er zelf nog uitkwam. Het idee dat je voor of tegen bent, is allang niet meer. Er spelen zo veel belangen mee, met de bemoeienis van de Europese landen, Amerika, Rusland, Iran. Met zo veel vingers in de pap weet je op een bepaald moment niet meer waar die pap naar smaakt.”

Uit alle interviews destilleerde hij drie fictieve personages: een jongen die gedurende de revolutie zijn vriendengroep uit elkaar ziet vallen, een verwend meisje dat in eerste instantie niets met die revolutie te maken heeft en het vooral irritant vindt, en een jongen die helemaal doordraait in zijn poging om de oorlog te stoppen. “Dus de verhalen zijn waargebeurd, maar de personages zijn fictief.”

Tobal focust daarbij op het menselijke aspect. “Waar ligt de humor, de veerkracht, de wil om iets te veranderen? Ik ben steeds op zoek gegaan naar wat kleur geeft in hun leven.” Als theatermaker moet je het behapbaar maken, vertelt hij. “De zwaarte zit er vanzelf al in, dat hoef ik niet nog eens te benadrukken. Dus ja, het thema is heel zwaar, maar de vertaling ervan heel kleurrijk.”

Op de vraag wat hij met zijn werk wil bereiken volgt een stilte. “Ik ben daar de laatste tijd heel erg mee bezig. Wat is mijn stem, wat wil ik als theatermaker? Hans Teeuwen zei ooit in een interview dat kunst niet belangrijk mag zijn. Als kunst niet nutteloos is, is het geen kunst. Dat begin ik naarmate ik ouder word steeds beter te begrijpen. Op het moment dat kunst belangrijk is, wordt het educatie of activisme.”

“Ik heb wel een persoonlijke urgentie, maar dat is een andere dan een maatschappelijke. Ik kan je niet concreet vertellen wat ik wil bereiken. Ik hoop wel dat het publiek geraakt wordt door de verhalen in deze voorstelling en daardoor anders gaat kijken naar die jongens die nu uit Syrië komen. Dat is een wens, maar geen doel.”

“Als je een colafabriek hebt, weet je meteen wat de waarde van het product is. Maar ik maak een voorstelling en ik heb geen idee wat het effect is. Dat is zo moeilijk meetbaar. Maar tegelijkertijd merk je het ook meteen als het geen effect heeft.”

“Uiteindelijk is het niet aan mij om te bepalen wat voor meerwaarde mijn voorstellingen hebben. Het publiek moet bepalen wat de waarde is, niet de kunstenaar.”


Meer informatie en kaartverkoop: georgeeneranproducties.nl/voorstelling/kinderen-van-aleppo