Het was bedoeld als fictie: een toneelstuk rondom de val van het Slotervaartziekenhuis. Maar vorige week zag toneelgroep Dood Paard hun nieuwste voorstelling ineens pijnlijk dichtbij de werkelijkheid komen.

Het idee: een Shakespeareaanse tragedie waarin de verwikkelingen rondom het Slotervaartziekenhuis worden ingezet om een breder verhaal over gefnuikt idealisme in de moderne tijd te vertellen. En omdat toneel toch fictie is, kon het ziekenhuis in de voorstelling ook best gewoon echt omvallen.

Maar afgelopen donderdag – tweeënhalve week voor de première – werd het ziekenhuis daadwerkelijk failliet verklaard. Slotervaartdrama, kopte deze krant een dag eerder op de voorpagina. De actualiteit heeft het stuk ingehaald.

Vrijdagmorgen in Broedplaats LELY, waar de voorstelling The Tragedy Of Slaughtervaart gaat spelen, zijn toneelspelers Jorn Heijdenrijk, Manja Topper en Ellen Goemans er nog een beetje beduusd van. Terwijl twee straten verderop de laatste patiënten uit het ziekenhuis worden gehaald en 1200 medewerkers ineens op straat staan, krijgen de gitzwarte flyers om mensen naar de voorstelling te lokken, toch een wrange bijsmaak.

“Ergens voel je je een beetje een uitvreter nu,” vertelt Topper. “Ineens lijkt het bijna alsof we een stelletje sensatiezoekers zijn.”

Terwijl dat echt niet de bedoeling is, benadrukt Goemans. “We wilden het juist hebben over de privatisering en de marktwerking. Maar het is wel een beetje gek om nu overal die flyers neer te leggen.”

In het stuk zien we hoe vastgoedondernemer Jan Schram (gespeeld door Heijdenrijk) en zakenvrouw Aysel Erbudak (Topper) het ziekenhuis (‘gespeeld’ door Goemans) opkopen en hoe dat vervolgens in vrije val belandt. De voorstelling – geschreven door Rob de Graaf – speelt daarmee op het snijvlak van fictie en documentaire.

Goemans: “Daar hebben we het veel over gehad: moeten we ons houden aan wat er echt gebeurd is, of geven we er zelf een draai aan? En wij hadden er dus zelf de draai aangegeven om het in zo’n afgebrokkelde toestand te laten eindigen, waarbij alles kapot is. Maar nu is dat dus ineens echt zo.”

“Eigenlijk deed Shakespeare trouwens precies hetzelfde: die gebruikte echte figuren of gebeurtenissen en die stopte hij in zo’n koningsdrama,” vertelt Topper. “Die Schram en Aysel zijn als een soort zonnegoden dat ziekenhuis gaan leiden, en met de creditcard van dat ziekenhuis allemaal dingen kopen, alsof de wereld van hen is, en daarin hebben ze zichzelf ook overspeeld.”

Het doet sterk denken aan Shakespeares Macbeth, vertelt Topper. Er wordt een moord beraamd en gepleegd – in dit geval een ziekenhuis gekocht – en de daders verschansen zich vervolgens in hun burcht. “Eerst waren ze heel hoogmoedig, en vervolgens draaien ze zichzelf helemaal vast. En dan loopt het mis en dan zijn het uiteindelijk allemaal geïsoleerde, dolende spoken.”

Met de voorstelling proberen ze een bredere maatschappij tendens te vangen. Heijdenrijk: “Je probeert naar aanleiding van een heel specifiek verhaal iets universeels over onze tijd te benoemen. Wij zijn van de verzorgingsstaat het neoliberalisme ingerold en dat brengt, behalve voordelen, ook menselijke tekorten met zich mee. Hoe handhaaf je jezelf in deze tijd? Neem de witwaspraktijken bij de ING-bank: je voelt je verontwaardigd, maar je grijpt niet in omdat je zelf deel uitmaakt van het systeem. We proberen met dit stuk uit te zoeken welke betekenis die onbestemdheid van deze tijd heeft, dat je profijt trekt van iets waar je tegelijkertijd tegen bent.”

Topper: “Opportunisme en hebberigheid zijn tegenwoordig een kwaliteit geworden, terwijl dat vroeger een slechte eigenschap was. Dat zorgt voor een hele verandering aan perspectief op de maatschappij en op jezelf. Want het zit nooit alleen maar buiten jezelf.”

Heijdenrijk: “Hoe verhoudt zorgen voor jezelf zich tot zorgen voor de ander? Bijt dat of is dat aanvullend? Een gedachte die in het stuk naar voren komt is: als je iets doet voor jezelf is dat automatisch het beste voor iedereen. Maar is dat ook daadwerkelijk zo, of is dat aangeleerd omdat mensen daar geld aan verdienen? We zitten in een wereld waar voortdurend vanuit die twee kanten aan je wordt getrokken: moet je zorgzaam zijn, of moet je voor jezelf zorgen?”

Op die manier ontstijgt de voorstelling qua thematiek het specifieke geval van het Slotervaartziekenhuis. Topper: “Want je kunt bijvoorbeeld hetzelfde zeggen over de toneelwereld: hoe gezelschappen zich moeten handhaven, daar is dat systeem ook helemaal binnen gesijpeld.”

Heijdenrijk: “En het ligt natuurlijk voor de hand dat de functie van kunst, of de verbeelding, daar uiteindelijk het slachtoffer van is. Want dat is niet kwantificeerbaar. En als het dat niet is, verliest het dan aan belang? En kan je kunst überhaupt terzijde schuiven? Dat ligt allemaal in het verlengde van elkaar.”

Tegelijkertijd blijft het wel een geestige voorstelling, benadrukken ze alle drie. “We willen niet met een vingertje wijzen. Juist in de hilariteit kun je als publiek zien: dit zijn we zelf ook.”


6-24/11 (première 9/11), Broedplaats LELY (Schipluidenlaan 12). Kaartverkoop via De Meervaart of Frascati. Meer informatie: www.slaughtervaart.nl