Theater Het hout
Door Internationaal Theater Amsterdam
Gezien 4 november 2018, Internationaal Theater Amsterdam


In een van de mooiste scènes in Het hout draaien Aus Greidanus jr. en Maria Kraakman als twee dartelende jongverliefden om elkaar heen. Ze dansen bijna, met een mengeling van hunkering en terughoudendheid, nieuwsgierigheid en ongeloof, twee eenzame zielen uit twee eenzame werelden. Badend in een warm lentelicht, hij in een stug lompengewaad, zij in een fladderende zomerjurk.

Het is een van de spaarzame momenten van lichtheid in de verder topzware theaterbewerking van Jeroen Brouwers’ roman uit 2014. Greidanus speelt Bonaventura, een goedbedoelende stakker die min of meer tegen wil en dank een Rooms klooster is ingerold en met lede ogen de misstanden in de gemeenschap aanziet. Onder het mom van de kloostergeloften van Franciscus van Assisi – ‘armoede, kuisheid en gehoorzaamheid’ – worden de tienerjongens stelselmatig onderdrukt, vernederd, mishandeld en seksueel misbruikt.

Dat laat Bonaventura in passieve vertwijfeling – de gemeenschap de rug toekeren of blijven om er voor de jongens te zijn? – die alleen door een steelse blik van een jonge vrouw kan worden doorbroken.

Decorontwerper Andrew Lieberman plaatste een aantal verrijdbare glazen wanden in een iets verlaagde (en daardoor sluimerend beklemmende) ruimte. Als die doorzichtige panelen de acteurs omsluiten symboliseert dat treffend het pijnlijke wegkijkmechanisme. Immers is wat er achter de gesloten deuren gebeurt voor niemand een geheim; iedereen weet ervan maar iedereen verschuilt zich achter een gemakzuchtig masker van onwetendheid.

Het hout (bewerking: Jibbe Willems) is Michiel van Erps grotezaaldebuut als regisseur. En net als in Niemand in de stad (zijn speelfilmdebuut dat anderhalve maand geleden uitkwam) toont hij zich ook hier een zeer gedegen acteursregisseur. De afzonderlijke acteerprestaties in deze voorstelling zijn stuk voor stuk met veel gevoel voor detail vormgegeven – het spel van Greidanus voorop. Die laat in zijn personage gaandeweg steeds meer jeugdigheid, twijfel en leven toe – waardoor diens spagaat tussen de hermetische gemeenschap en de lonkende, onbereikbare buitenwereld mooi invoelbaar wordt.

Verder is het een tamelijk voor de hand liggende theaterbewerking geworden. De nuance van het personage Bonaventura, is helaas volstrekt niet te vinden bij alle overige personages. De kloosterbroeders zijn danwel beestachtige, hijgerige viespeuken, danwel laffige wegkijkers – ze ontstijgen daarbij geen moment aan het beeld dat we al kenden. De twee leerlingen blijven opgejaagd wild – hun potentieel spannende vriendschap annex liefde (mooi neergezet door Joep Paddenburg en Achraf Koutet – die laatste debuteert met deze voorstelling als vast lid van het ensemble van het gezelschap) krijgt helaas veel te weinig ruimte om echt te gaan zinderen.

Zelfs de jonge vrouw Patricia, hoe speels en licht ook door Kraakman gespeeld, is uiteindelijk per saldo een vrij vlak personage, een pion in de ontwikkeling van Bonaventura.

De scènes in het jongensklooster zijn loodzwaar, verstikkend en duister – die daarbuiten zijn juist gedoopt in licht en luchtigheid. Een treffend contrast, maar niet echt een spannende artistieke adaptatie. Van Erp wil het hebben over de dilemma’s waar je als individu voor komt te staan binnen een collectief verzwijgen van wantrouwen – een thematiek die ook binnen de toneelsector zelf zeer actueel is – maar werpt met deze regie geen nieuw licht op de zaak. Het hout blijft daardoor een weinig verheffende toneelvoorstelling.